Hof Den Haag 7 maart 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1108

Art. 2.1, lid 1, 6.1, 6.27, 6.40 Wet IB 2001; art. 6:203 BW. Aftrek studiekosten. Buitenlandse student aan Nederlandse universiteit. Belanghebbende, afkomstig uit een land buiten de EU, heeft zich in 2016 aangemeld bij een universiteit in Nederland. Voor het verkrijgen van een visum heeft hij in juni een bedrag betaald aan de universiteit, welk bedrag is bepaald op minimaal het verschuldigde collegegeld en een geschat bedrag aan leefgeld. In augustus is belanghebbende naar Nederland gekomen om te gaan studeren. In geschil is of belanghebbende het collegegeld in aftrek kan brengen. Het Hof oordeelt dat het in juni betaalde bedrag is aan te merken als waarborgsom ter verkrijging van een verblijfsvergunning. In september heeft betaling van het collegegeld plaatsgevonden door verrekening daarvan met de waarborgsom. Aangezien belanghebbende toen in Nederland woonde is het collegegeld aftrekbaar als scholingsuitgaven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken