Hof Den Haag 12 januari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:128

Beschikking eigen risicodrager (ERD) voor de Werkhervattingskas Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) met ingang van 1 juli 2011. Art. 40 Wet financiering volksverzekeringen (Wfsv). Uitspraak na verwijzing HR 17 april 2020, 19/03593, ECLI:NL:HR:2020:674, BNB 2020/86. Ten aanzien van de ontvankelijkheid heeft de Inspecteur de verzending van de beschikking aannemelijk gemaakt, maar met hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd moet de ontvangst daarvan redelijkerwijs worden betwijfeld. Per abuis is door de assurantietussenpersoon voor belanghebbende per 1 juli 2011 een aanvraag ERD gedaan bij de Belastingdienst. De aanvraag is niet direct geannuleerd vanwege een misverstand tussen de verzekeraar en de tussenpersoon. Vervolgens is toch een polis opgemaakt. Belanghebbende heeft direct na ontvangst daarvan contact opgenomen met de verzekeraar, omdat zij geen ERD wilde worden per 1 juli 2011 en heeft nadien steeds consequent gehandeld als ware zij geen ERD. Zij heeft bijvoorbeeld telkens premies betaald. Desondanks heeft de Inspecteur op 25 oktober 2011 een mededeling van de beëindiging ERD-schap per 19 augustus 2011 aan belanghebbende gezonden. Aannemelijk is geworden dat belanghebbende uit deze mededeling heeft begrepen dat haar ERD-schap met terugwerkende kracht tot 1 juli 2011 werd beëindigd, omdat in de mededeling geen begindatum van het ERD-schap is vermeld en de mededeling van de beëindiging als zodanig in lijn ligt met de bedoeling van belanghebbende en het contact dat zij daarover met de verzekeraar heeft gehad naar aanleiding van de ontvangst van de polis. Belanghebbende heeft zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs verlangd bezwaar gemaakt. Het bezwaar is ontvankelijk. Het Hof beslecht de zaak finaal. Er hoeft geen nader onderzoek naar de feiten te worden gedaan. De Inspecteur heeft van de verzekeraar op 18 augustus 2011 bericht ontvangen dat de garantiestelling ERD met terugwerkende kracht tot 1 juli 2011 is beëindigd. Aangezien artikel 40, lid 1, onderdeel a, van de Wfsv een dergelijke garantiestelling als voorwaarde stelt voor het ERD-schap, kan het niet anders dan dat met ingang van die datum belanghebbende geen ERD is. Belanghebbende heeft dat ook nooit beoogd. Het Hof vernietigt de beschikking ERD.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken