CRvB 12 december 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2813

1) Ontslag. De arbeidsverhouding met appellante is in een impasse geraakt die een ontslag op andere gronden als bedoeld in artikel 8:8 van de ARG rechtvaardigde. Minimale regeling getroffen. Niet valt in te zien dat deze regeling als ontoereikend is te beschouwen. Er is geen sprake van een overwegend aandeel van het college in het ontstaan of voortbestaan van de situatie die tot het ontslag van appellante heeft geleid. 2) Omzetting naar de nieuwe salarisstructuur vanwege het bereiken van de hoogste trede in de uitlooprang. 3) Bezwaar is door het college terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. 4) Bijlagen bij een pleitnota zijn geen besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Het college heeft het daartegen gerichte bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. 5) Plaatsing bij de dienst OCSW. Appellantes bezwaar tegen deze plaatsing is terecht niet-ontvankelijk verklaard vanwege het daaraan, gelet op het na de ziekmelding van appellante feitelijk geen doorgang meer vinden van de plaatsing, komen te ontvallen van een procesbelang. 6) Teruggedraaide korting op de bezoldiging. Ook hier zijn de bezwaren van appellante terecht niet-ontvankelijk verklaard vanwege het komen te ontbreken van procesbelang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen