Hof Den Haag 1 april 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:789
Belanghebbende is bestuurder van [D] BV. Deze BV maakt samen met onder meer [D] [H] deel uit van de [D]-groep. In 2008 heeft belanghebbende € 5.200 ontvangen van [D] [H]. [G] Foundation staat aan de top van [H]-groep en kan worden aangemerkt als een trust of ander doelvermogen. Belanghebbende heeft in 2008 aandelen in twee vennootschappen van de [H]-groep afgezonderd en ingebracht in [G] Foundation. Verder is belanghebbende in 2008 lid van de Board of Advisors van [G] Foundation. De Board of Advisors adviseert de Foundation Council over besluiten met betrekking tot het doen van uitkeringen. Belanghebbende heeft het vakje bij de vraag in de aangifte IB/PVV 2008 of hij betrokken was bij een trust of ander doelvermogen niet aangekruist. Het Hof oordeelt dat het belanghebbende - gelet op zijn lidmaatschap van de Board of Advisors en het feit dat hij vermogen heeft afgezonderd in [G] Foundation - duidelijk had moeten zijn dat hij het vakje bij de trustvraag had moeten aankruisen. Door dat niet te doen heeft belanghebbende de vereiste aangifte niet gedaan. Verder oordeelt het Hof dat belanghebbende er niet in is geslaagd te doen blijken dat het van [D] [H] ontvangen bedrag een borgstellingsprovisie betreft, zodat de Inspecteur die ontvangsten in aanmerking heeft kunnen nemen als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden.
De uitspraak op rechtspraak.nl