Hof Den Haag 18 december 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3425
In geschil is of de vermogensrendementsheffing van box 3 in 2014 en 2015 in strijd is met artikel 1 EP EVRM. Voor het jaar 2015 is de stelling van belanghebbende dat het nominaal zonder (veel) risico's gemiddeld haalbare rendement lager is dan 1,2 procent, aannemelijk gemaakt. De Hoge Raad heeft in de arresten van 14 juni 2019 (zie o.m. ECLI:NL:HR:2019:816, BNB 2019/161) echter overwogen dat met een dergelijke schending op stelselniveau een rechtstekort gepaard gaat waarin niet kan worden voorzien zonder op stelselniveau keuzes te maken, en dat de rechter ten opzichte van de wetgever terughoudendheid past bij het voorzien in zo’n rechtstekort op stelselniveau. Voor ingrijpen van de rechter is in beginsel geen plaats, tenzij een individuele belastingplichtige in strijd met artikel 1 EP wordt geconfronteerd met een individuele en buitensporige last. Het Hof ziet voor wat betreft de schending op stelselniveau geen aanleiding om voor het jaar 2015 in te grijpen (vgl. HR 5 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1108). Anders dan belanghebbende betoogt, kan niet worden gezegd dat de wetgever geen actie onderneemt naar aanleiding van de arresten van de Hoge Raad, zij het dat thans nog niet duidelijk is welke gevolgen de wetgever voor de onderhavige jaren zal verbinden aan de arresten van 14 juni 2019. Met inachtneming van belanghebbendes inkomen uit werk en woning en vermogenspositie in de onderhavige jaren acht het Hof niet aannemelijk gemaakt dat het forfaitaire stelsel van box 3, mede gelet op het toepasselijke tarief, voor belanghebbende leidt tot een individuele en buitensporig last. Wel vindt het Hof aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de kosten van het geding betreffende de aanslag 2015.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 5 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1108
- HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816
- HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:817
- HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:911
- HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:912
- HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:946
- HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:948
- HR 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:949
- HR 29 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2517
- HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1129
- HR 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:812
- HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR0664