Hof Den Haag 18 september 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2650

Aan belanghebbende is voor 2016 een aanslag BIZ-bijdrage opgelegd. In de loop van de procedure in hoger beroep heeft de Heffingsambtenaar een nieuwe aanslag BIZ-bijdrage voor 2016 aan belanghebbende opgelegd voor hetzelfde bedrag. Hof: Aangezien de BIZ-verordening ten tijde van het opleggen van de oude aanslag nog niet verbindend was, moet die aanslag worden vernietigd. De Verordening is op 9 september 2016 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2016 in werking getreden. Voor belanghebbende was de heffing van de BIZ-bijdrage over 2016 in redelijkheid voorzienbaar gelet op het feit dat de Verordening reeds op 22 september 2015 bekend gemaakt is in het gemeenteblad. Aangezien de nieuwe aanslag ter vervanging dient van de niet rechtsgeldige aanslag, heeft het ingestelde hoger beroep van rechtswege mede betrekking op de nieuwe aanslag van 27 december 2018 (artikel 6:19 juncto 6:24 Awb). Belanghebbende stelt dat de aanslag niet op een verbindende verordening berust omdat de totstandkomingsprocedure van de BIZ-bijdrage niet rechtsgeldig is geweest, aangezien zij geen stembiljet heeft ontvangen. De Heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat het stembiljet naar belanghebbende is verzonden. Echter, nu belanghebbende op de hoogte was van het voornemen om de Verordening in werking te laten treden en een BI-zone in te stellen en zij de mogelijkheid heeft gehad en genomen zich schriftelijk uit te spreken tegen de inwerkingtreding hiervan, is voldaan aan de eis van draagvlakmeting (artikel 4, lid 2, Wet BIZ). Voorts is sprake van ruim voldoende steun onder de bijdrageplichtigen als bedoeld in artikel 5 van de Wet BIZ. Het Hof is derhalve van oordeel dat de aanslag berust op een (ook jegens belanghebbende) verbindende verordening. Aangezien de BIZ-bijdrage een bestemmingsheffing is, hoeft in de relatie met de belastingplichtige geen sprake te zijn van een rechtstreekse tegenprestatie in de vorm van een verleende dienst of een voorziening waarvan de belastingplichtige gebruik maakt. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de in het Businessplan opgenomen activiteiten en voorzieningen tevens zijn voorzien in het Service Level Agreement dat de door de gemeente te verrichten activiteiten bevat. Er is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken