Hof Den Haag 25 september 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2600

Spugen in het gezicht van politieagent in het onderhavige geval geen mishandeling (art. 300 Sr), ook niet in de vorm van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam. Wel veroordeling wegens belediging door feitelijkheden (art. 266/267 Sr). Vordering benadeelde partij ter zake immateriële schade gedeeltelijk toegewezen. Het hof stelt vast dat de benadeelde partij door het bewezen verklaarde handelen van de verdachte in zijn eer en goede naam is geschaad, zodat de benadeelde partij op grond van artikel 6:106 lid 1 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek in aanmerking komt voor een schadevergoeding, zodat niet is vereist dat bij de benadeelde partij sprake is van psychisch letsel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken