Hof Den Haag 11 september 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2431
overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Verweer: Er is sprake van een overschrijding van de termijn van 90 minuten tussen de vordering tot het doen van een speekseltest en de bloedafname, als bedoeld in artikel 12 lid 3 van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (hierna: het Besluit). De termijn van 90 minuten is volgens de raadsman dwingend, gelet op hetgeen in de Nota van Toelichting bij het Besluit is vermeld. Bloedafname binnen 90 minuten is nodig om een betrouwbare meting te verkrijgen. Buiten deze termijn mag geen bloedafname plaatsvinden. Van een uitzonderingssituatie is geen sprake. Hof: De termijn van 90 minuten strekt er niet toe de juistheid of betrouwbaarheid van het resultaat van het bloedonderzoek te waarborgen. Zij is blijkens de Nota van toelichting op het Besluit hoofdzakelijk ingegeven door doelmatigheidsoverwegingen, die verband houden met het (over het algemeen) snel afnemen van het gehalte aan THC in het bloed. De gestelde termijn van anderhalf uur maakt aldus geen onderdeel uit van het stelsel van strikte waarborgen waarmee het onderzoek is omgeven, zodat het resultaat daarvan niet op die grond van het bewijs behoeft te worden uitgesloten. Het hof neemt bij het voorgaande in aanmerking dat de resultaten van een bloedonderzoek buiten de gestelde termijn niet in het nadeel van de verdachte kunnen zijn. De opmerking in de Nota van toelichting bij het Besluit, dat buiten de gestelde termijn geen bloed meer mag worden afgenomen, doet daaraan niet af. De verdachte wordt door de overschrijding van de termijn van 90 minuten wel benadeeld doordat hij langer wordt opgehouden dan de wetgever blijkens de Nota van toelichting op het Besluit wenselijk heeft geacht. Het hof oordeelt hieromtrent ambtshalve dat – nu geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een dergelijke overschrijding rechtvaardigen - in zoverre sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Weliswaar gaat het om een onherstelbaar vormverzuim en is sprake van een belangrijk voorschrift, maar het nadeel dat de verdachte ervan heeft ondervonden is zeer beperkt. De verdachte is hooguit een minuut later in vrijheid gesteld dan zou zijn gebeurd als de voorgeschreven termijn wel in acht was genomen. Gelet hierop zal het hof volstaan met de constatering van het vormverzuim en hieraan geen consequenties verbinden.
De uitspraak op rechtspraak.nl