Hof Den Haag 9 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1969
Belanghebbende en de Inspecteur sluiten een VSO inzake de fiscale behandeling van het pensioen van belanghebbende. Belanghebbende stelt dat in de VSO geen afspraken zijn gemaakt over het deel van het pensioen dat betrekking heeft op de werkgeverspremies. Voorts stelt belanghebbende dat de VSO nietig is wegens strijd met artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel dient te worden vernietigd wegens dwaling. De Inspecteur stelt dat de belastingrechter niet bevoegd is, en, indien dit wel het geval is, dat belanghebbende in de VSO afstand van zijn rechtsmiddelen heeft gedaan. Het Hof oordeelt dat de belastingrechter bevoegd is. Voorts komt het Hof tot het oordeel dat in de VSO de fiscale behandeling van het gehele pensioen is overeengekomen en dat belanghebbende afstand van zijn rechtsmiddelen heeft gedaan. De stellingen van belanghebbende inzake de nietigheid, dan wel vernietigbaarheid, van de VSO worden verworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 16 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1103
- HR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:204
- HR 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT7448
- Rb. 's-Gravenhage 18 januari 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:1266
- HR 16 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF7264
- HR 21 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU4548
- HR 9 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU7728
- HR 22 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2428
- HR 8 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3068
- HR 25 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:ZC4125
- HR 8 april 1987, ECLI:NL:HR:1987:AW7701