Hof Den Haag 4 juli 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1882

Hof behandelt de zaak inhoudelijk ondanks het ontbreken van grieven. Het hof verklaart het OM – zoals gevorderd door OM - niet ontvankelijk in de vervolging met betrekking tot een tenlastelegging toegespitst op art. 197 Sr. Het hof heeft daarbij onder meer betrokken dat het HvJ EU de door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR2018:2192) gestelde prejudiciële vraag over Richtlijn 2008/115/EG (Terugkeerrichtlijn) - in verband met de reikwijdte van art 197 Sr - niet binnen afzienbare tijd zal beantwoorden, het tijdsverloop sinds het tenlastegelegde en het standpunt van het OM dat voorzetting van de vervolging in dit geval weinig zinvol noch redelijk is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken