Hof Den Haag 20 november 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3163
De UWV heeft door belanghebbende teveel ontvangen ZW-uitkering van hem teruggevorderd. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in 2015 de ZW-uitkering geheel dan wel gedeeltelijk heeft terugbetaald. Niet gesteld of gebleken is dat het UWV de uitkering heeft omgezet in een lening tegen vergoeding van rente dan wel dat het UWV de uitkering heeft verrekend. Eventuele wettelijke renten kan niet worden begrepen onder rentedragend'' worden in de zin van art.3:147 Wet IB 2001. De Inspecteur had gelet op art. 6:17 Awb de vooraankondiging van de uitspraak op bezwaar waarin hij het initiatief voor het horen heeft opgenomen aan de gemachtigde moeten toezenden en niet zonder meer mogen aannemen dat belanghebbende afzag van het recht te worden gehoord. De schending van de hoorplicht wordt omdat partijen niet van mening verschillen over de waardering van de feiten en omstandigheden gepasseerd met toepassing van art. 6:22 Awb. Belanghebbende heeft wel recht op een proceskostenvergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl