Hof Den Haag 2 oktober 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2617
Rijnvarende met in Cyprus gevestigde werkgever is werkzaam op schepen in de Rijnstaten in 2012 en 2013. De SVB heeft een E101-verklaring voor Nederland afgegeven omdat zij na onderzoek tot de conclusie is gekomen dat belanghebbende meer dan 25% van de werktijd in Nederland heeft gevaren. Hof Den Haag oordeelt dat belanghebbende in Nederland verzekerd en premieplichtig is voor de volksverzekeringen. De Nederlandse belastingrechter is aan de verklaring, hoewel nog niet onherroepelijk, gebonden zolang deze niet is ingetrokken. De Rechtbank heeft het verzoek om immateriële schadevergoeding voor de lange duur van de bezwaarfase terecht afgewezen omdat de gemachtigde heeft ingestemd met het verzoek van de Inspecteur uitstel te verlenen voor het doen van uitspraak op bezwaar (art. 7:10 Awb). Alsdan is sprake van een bijzondere omstandigheid die de redelijke termijn verlengt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Niessen 2 augustus 2018, ECLI:NL:PHR:2018:840
- HR 13 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2600
- Hof 's-Hertogenbosch 15 juni 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:2766
- HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252
- HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006
- HR 28 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0987
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2000:75
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:309