Hof Den Haag 31 mei 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2110
In hoger beroep is in geschil: of de woning terecht als afzonderlijke onroerende zaak is aangemerkt; of, en zo ja in hoeverre, de waarderingsuitzondering voor waterverdedigings- en waterbeheersingswerken als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Wet WOZ juncto artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken (hierna: URUOW) en artikel 220d, aanhef en onderdeel g, van de Gemeentewet van toepassing is; of de waarde van de woning, zoals verminderd bij uitspraak op bezwaar, op een te hoog bedrag is vastgesteld; en of belanghebbende recht heeft op vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl