Hof Den Haag 16 juli 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2482

Inkomstenbelasting. In principaal hoger beroep is in geschil of de inspecteur in het kader van de vaststelling van de aanslag IB/PVV voor het jaar 2002 bij belanghebbende het vertrouwen heeft gewekt dat voor de op de terbeschikkingstellingbalans te activeren beginwaarde van het bedrijfscomplex aan de a-straat 1 een bedrag van € 2.268.901 (ƒ 5.000.000) toegestaan was. In incidenteel hoger beroep is in geschil (i) of aan de minnelijke taxatie van a-straat 1 geen waarde kan worden toegekend, (ii) of art. I, onderdeel M, eerste lid, Invoeringswet Wet IB 2001 met zich brengt dat belanghebbende bij de waardering van de door hem aan B BV ter beschikking gestelde onroerende zaken op zijn openingsbalans voor de toepassing van de terbeschikkingstellingsregeling rekening moest houden met de op dat moment niet meer marktconforme vergoeding voor de terbeschikkingstelling, en (iii) of de waardecorrectie van jaar tot jaar moet vrijvallen over de resterende looptijd van de terbeschikkingstelling en of die vrijval bij belanghebbende belast moet worden als resultaat uit een werkzaamheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen