Hof Arnhem 26 mei 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BR5322

Klaagschrift ex de artikelen 116, derde lid, jo. 552a W.v.Sv. Klager is uit de militaire dienst ontslagen wegens frauduleuze handelingen. Onder hem waren 3 Cd-rom’s inbeslaggenomen. Klager heeft bij de rechtbank een klaagschrift ingediend tegen het voornemen van de officier van justitie om de onder klager inbeslaggenomen CD-ROM’s terug te geven aan het Ministerie van Defensie. De rechtbank heeft het klaagschrift ongegrond verklaard en de teruggave gelast van de CD-ROM’s aan het Ministerie van Defensie. Na vernietiging van de beschikking heeft de Hoge Raad de zaak verwezen naar het gerechtshof. (zie HR 5 oktober 2010, BN2308). Het Ministerie van Defensie heeft daarna ook een klaagschrift ingediend. Het hof komt tot de conclusie dat er geen aanwijzingen zijn dat klager rechthebbende is op de (meeste) bestanden op de CD-ROM’s. Integendeel, de inhoud van de (bestanden op de) CD-ROM’s wijst erop dat die bestanden vrijwel alle op grond van hun inhoud rechtstreeks gerelateerd kunnen worden aan de werkzaamheden van klager bij het Elekronische Oorlog Voering Instructieteam. Verder wijst de inhoud van de (bestanden op de) CD-ROM’s erop dat klager over (de meeste van) die bestanden in het kader en ten behoeve van die werkzaamheden de beschikking heeft gekregen. Het tegendeel, zoals verkrijging uit openbare bronnen, heeft klager niet aannemelijk gemaakt. Voor een deel van de bestanden geldt dat klager daarvan medeauteur kan zijn. Deze bestanden zijn op grond van hun inhoud en doel onmiskenbaar in het kader en ten behoeve van de werkzaamheden van het Elekronische Oorlog Voering Instructieteam gemaakt. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij aan de totstandkoming daarvan heeft bijgedragen, maar als daarvan veronderstellenderwijs wordt uitgegaan, maakt zo’n bijdrage nog niet dat hij als rechthebbende moet worden aangemerkt, nu, mede op grond van zijn verklaring ter zitting moet worden aangenomen dat die bijdrage onderdeel uitmaakte van zijn werk voor het team. Daarbij is niet van belang of die bijdrage buiten werktijd tot stand is gekomen. Voor het geval klager heeft beoogd te betogen dat de CD-ROM’s en de daarop voorkomende bestanden van hem zijn omdat hij privé-CD-ROM’s heeft gebruikt om daarop die bestanden te branden, volgt het hof hem niet in dat standpunt. Nog daargelaten dat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat die CD-ROM’s van hem privé zijn, wordt door het branden van bestanden op privé-CD-ROM’s klager nog geen eigenaar of rechthebbende op die bestanden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen