Hof Arnhem 21 oktober 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BH1293

Artikel 7:15 lid 1 BW verplicht de koper de verkochte zaak vrij van alle bijzondere lasten en beperkingen over te dragen, met uitzondering van die welke door de koper uitdrukkelijk zijn aanvaard. Allereerst komt derhalve de vraag aan de orde of de uit het bestemmingsplan van de Gemeente [...] voortvloeiende bestemming van de woning als dienstwoning een bijzondere last of beperking in de zin van artikel 7:15 lid 1 BW is. Die vraag moet bevestigend worden beantwoord. Op de woning rust een bijzondere last of beperking, die niet op alle woningen in Nederland rust. Niet alle woningen in Nederland zijn immers dienstwoningen. Dat er in het tijdens de koop geldende bestemmingsplan meer dienstwoningen zijn aan te wijzen, maakt dat niet anders en is onvoldoende om het bijzondere karakter weg te nemen (HR 27 februari 2004, NJ 2004, 635). Voor zover [geïntimeerde] met zijn stelling dat [appellant] vanwege het verzaken van zijn onderzoeksplicht geen beroep op artikel 7:15 lid 1 BW toekomt, doelt op de in artikel 7:15 lid 1 vervatte uitzondering op de hoofdregel, namelijk dat uitdrukkelijke aanvaarding van bedoelde bijzondere last of beperking aan een beroep op 7:15 lid 1 BW in de weg staat, faalt dat betoog. Aan [appellant] kan in het kader van zijn beroep op artikel 7:15 lid 1 BW het niet, niet juist of niet volledig uitvoering geven aan zijn (vermeende) onderzoeksplicht niet worden tegengeworpen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt immers dat de verplichting die op grond van artikel 7:15 lid 1 BW op de verkoper rust alleen uitzondering lijdt indien de koper de last of beperking uitdrukkelijk heeft aanvaard (cursivering hof). Het door [geïntimeerde] aan [appellant] gerichte verwijt dat hij de (bijzondere) last of beperking had behoren te kennen bijvoorbeeld door onderzoek te doen in openbare registers, valt daar niet onder (Parl. Gesch. Boek 7 Inv 3, 5 en 6, p. 113). In dit geval is bovendien geen sprake van een openbaar register, maar van een bestemmingsplan, waarin minder eenvoudig onderzoek is te doen dan de in de wetsgeschiedenis bedoelde openbare registers. Andere feiten of omstandigheden die zouden moeten duiden op uitdrukkelijke aanvaarding van deze bijzondere last of beperking door [appellant] heeft [geïntimeerde] niet gesteld. Grief 1 slaagt derhalve wat betreft het beroep op artikel 7:15 lid 1 BW. Met [appellant] is het hof van oordeel dat [geïntimeerde] de op hem rustende verplichting van artikel 7:15 lid 1 BW heeft geschonden door de woning in eigendom over te dragen terwijl die bezwaard was met een bijzondere last, te weten de bestemming als dienstwoning. [geïntimeerde] is dan ook in beginsel verplicht de door [appellant] op grond daarvan geleden schade te vergoeden. Het hof zal de door [appellant] gevorderde schadevergoeding verder onderzoeken uitgaande van een tekortkoming in de zin van artikel 7:15. Aan de behandeling van het overige gedeelte van grief 1 en de grieven 2 en 3 en het daarin besloten beroep van [appellant] op artikel 7:17 BW, komt het hof tegen deze achtergrond niet meer toe.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen