Hof Arnhem 25 maart 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BF7369

Evenmin kan [appellant] de bank en de notaris verwijten dat zij na het verstrijken van de termijn van beraad op 30 maart 2007 om 17.00 uur de ontvangst van het, gezien meergenoemde voorwaarde nog ontbrekende, bedrag van € 25.485,71 niet hebben afgewacht. Evenals de voorzieningenrechter is het hof van oordeel dat [appellant] en [persoon A] in elk geval op 29 maart 2007 – de datum van de e-mail van [geïntimeerde sub 1] aan notaris [notaris 2] met het volledige schuldenoverzicht waarin ook de vordering van de broer van [appellant] ad € 25.485,71 was opgenomen – bekend moeten zijn geweest met de omvang en samenstelling van de schuldenlast van [appellant] die de bank betaald wilde zien alvorens zij de executie zou staken. Gezien het stadium waarin de executie zich bevond en de voorwaarde die de bank had gesteld, heeft [appellant] geheel voor eigen risico gehandeld door deze vordering tegenover [geïntimeerde sub 1] te betwisten. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat [geïntimeerde sub 1] terecht betoogt dat een inhoudelijke beoordeling van de gegrondheid van een verhaalsvordering, voor noch na de verkoop (artikel 551 Rv), tot zijn taken behoort en dat het mede gelet op de door de bank gehanteerde voorwaarde in de gegeven omstandigheden evenmin op zijn weg lag om op grond van deze betwisting de executie te schorsen. Dat de betalingsopdracht voor het ontbrekende bedrag van € 25.485,71, mede als gevolg van de door de betwisting veroorzaakte vertraging, niet meer op tijd kon uitgevoerd, komt eveneens voor rekening [appellant] en niet voor die van de bank of de notaris. Met de enkele toezegging van [persoon A] of [notaris 2] dat het geld op de eerstvolgende werkdag binnen zou zijn, behoefden de bank en de notaris in dit stadium geen genoegen te nemen, terwijl de telefonische toezegging van [persoon B] van de ING Bank dat de betaling onderweg was reeds geen rol speelt omdat dit telefoongesprek, zo blijkt uit de verklaring van [persoon B], plaatsvond rond 17.10 uur, dus nadat de termijn voor beraad was verstreken en de gunning had plaatsgevonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen