Hof Arnhem 16 november 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:BB8298

Betrokkene is ongewenst vreemdeling verklaard. Beëindiging van de terbeschikkingstelling stuit af op het recidivegevaar alsmede op het gebrek aan een passende voorziening in Turkije. Verlenging van de terbeschikkingstelling van betrokkene zonder nadere voorzieningen zou ertoe leiden dat betrokkene – hoewel hij aan een resocialisatietraject toe is - in een situatie blijft dan wel weer terecht komt die niet of nauwelijks verschilt van het regime van een gevangenis of die in feite zou neerkomen op plaatsing in een longstay voorziening. Nu het alternatief van een voortgezet verblijf in Nederland na (mogelijke) opheffing van de ongewenstverklaring onvoldoende onderzocht is zal het hof de betrokkene niet alleen in de gelegenheid stellen om een verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring te doen, maar ook aan de Advocaat-Generaal verzoeken naar het standpunt van de staatsecretaris van justitie in deze te vragen en tevens verzoeken een door de Advocaat-Generaal nader te bepalen functionaris van de desbetreffende afdeling van het Ministerie van Justitie als deskundige op te roepen voor de voortzetting van de behandeling van de zaak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen