Hof Arnhem 30 januari 2007, ECLI:NL:GHARN:2007:AZ9810

Ter uitvoering van rechtsoverweging 3.11 van het tussenarrest van het hof van 28 juni 2005 (verder te noemen: het tussenarrest [zie LJN AT8964]) heeft appellant zich bij akte uitgelaten. [..] Nu appellant ook na kennisneming van de zojuist genoemde akte van de provincie en de gemeente bij pleidooi heeft herhaald dat hij slechts belang heeft bij teruggave van alle gronden, neemt het hof voor het vervolg als vaststaand aan dat de onder 2.4 bedoelde verkoop en levering van grond behorende bij de kantoren – ook al betreft het een relatief kleine oppervlakte – aan toewijzing van de vordering tot terugvordering in de weg staat. Reeds hierom faalt [appellant]’ primaire standpunt. Hiervan uitgaande kan hetgeen partijen overigens in verband met de primaire vordering hebben aangevoerd onbesproken blijven. Een en ander betekent dat thans aan de orde is de subsidiaire vordering tot toekenning van een door de rechter naar billijkheid te bepalen schadeloosstelling boven de reeds genotene. [..] Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld suggesties te doen voor de te personen van de te benoemen deskundigen – het hof gaat uit van drie deskundigen en geeft partijen in overweging te trachten tot een eensluidend voorstel te komen – en opmerkingen te maken over de aan de deskundigen te stellen (aanvullende) vragen. De zaak zal hiertoe naar de rol worden verwezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen