Hof Arnhem 19 september 2006, ECLI:NL:GHARN:2006:AZ1515

Volgens de tekst van het taxatierapport is door partijen uitdrukkelijk verklaard dat de uitbreiding en verbetering van de jongveestal met melkstal als pachtersinvestering in aanmerking behoorde te worden genomen. Enig voorbehoud voor het geval dat tussen partijen geen overeenstemming zou worden bereikt, valt daarin niet te lezen. Dat het taxatierapport het besprokene niet juist weergeeft, heeft [appellant] niet aangevoerd. Voor zover bij [appellant] de bedoeling heeft voorgezeten om die stal slechts dan als pachtersinvestering aan te merken indien partijen het eens werden, hebben [geïntimeerden] dat niet behoeven te begrijpen. Het beroep van [geïntimeerden] op door [appellant] gewekt vertrouwen slaagt. Uit het voorgaande volgt dat wat betreft de pachtersinvesteringen, behalve de in de pachtwijzigingsovereenkomst genoemde investeringen, ook de uitbreiding en verbetering van de jongveestal met melkstal in aanmerking behoren te worden genomen, en dat [appellant] zich ten aanzien van deze investeringen niet kan beroepen op enig formeel vereiste voor de uitoefening van het melioratierecht. Wat betreft de overige investeringen geldt dat [geïntimeerden] niet hebben gesteld dat aan de vereisten van het derde lid van artikel 31 Pachtwet is voldaan en dat zulks ook niet uit de stukken blijkt. Ten aanzien van die overige investeringen bestaat derhalve voor [appellant] geen vergoedingsplicht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen