Hof Arnhem 4 oktober 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AU4500
Geschil betreffende de declaratie van advocaat. Appellante heeft zich ter bestrijding van de declaratie zowel beroepen op verweren die niet zien op de hoogte van de declaratie als op een verweer dat wel ziet op de hoogte van de declaratie. Om beide bevoegdheidsbepalingen op een evenwichtige wijze tot hun recht te laten komen, staat het de advocaat vrij zich in een situatie als deze te wenden tot de burgerlijke rechter opdat deze allereerst al die verweren beoordeelt waaraan los van het geschil omtrent de redelijkheid van de omvang van de declaratie betekenis toekomt, ook indien deze verweren daarop nog een (zijdelings) effect zouden kunnen hebben. De burgerlijke rechter zal zich dan niet aanstonds onbevoegd mogen verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl