Hof Arnhem 17 mei 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AT6191
De gemeente heeft in eerste aanleg de ontbinding van de pachtovereenkomst gevorderd (met nevenvorderingen) op de primaire grond dat [geïntimeerden] als pachters toerekenbaar zijn tekortgeschoten in hun verplichtingen jegens de gemeente als verpachtster, omdat [geïntimeerde sub 2] zonder toestemming van de gemeente zijn pachtrechten c.a. aan [geïntimeerde sub 1] heeft overgedragen. Het hof stelt verder vast, dat [geïntimeerden] hebben getracht tot een eenzijdige wijziging in de verhouding met de gemeente als verpachtster te komen. Het is de kennelijke bedoeling van [geïntimeerden] geweest dat [geïntimeerde sub 2] afstand zou nemen van elke vorm van betrokkenheid bij het gepachte. Aldus heeft hij zich trachten te onttrekken aan zijn hoofdelijke aansprakelijkheid als medepachter jegens de gemeente. [geïntimeerden] zijn in die zin tekortgeschoten in de nakoming van de pachtovereenkomst. De vraag ligt voor of die tekortkoming voldoende ernstig is voor de gevorderde ontbinding van de pachtovereenkomst. Het hof kan zich verenigen met het oordeel van de pachtkamer, dat erop neerkomt dat de tekortkoming de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.
De uitspraak op rechtspraak.nl