Hof Arnhem-Leeuwarden 27 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:438
Toewijzing verzoek erkenning in Nederland van in buitenland gewezen arbitraal vonnis en verlof om dat vonnis in Nederland ten uitvoer te leggen. 1075 Rv, 985 Rv, artikel III, IV en V Verdrag van New York 1958. Geen weigeringsgronden aangevoerd. Het hof stelt vast dat geen sprake is van een situatie waarin het onderwerp van het arbitraal vonnis (in dit geval een geldvordering) volgens de Nederlandse rechtsorde niet vatbaar zou zijn voor arbitrage, of van strijd met de Nederlandse openbare orde. Ook overigens is het hof niet gebleken dat sprake zou zijn van strijd met de openbare orde.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 985 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 986 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 987 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 988 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1075 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering