Hof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2834
Proceskostenvergoeding. Het hof past bij de berekening van de proceskostenvergoeding de factor, genoemd in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv toe. Er is geen sprake van een bijzonder geval in de zin van die bepaling, wat ertoe zou moeten leiden dat deze factor buiten toepassing moet worden gelaten. De door de gemachtigde gerekende instapvergoeding van € 12,99 is zodanig laag dat dit niet als een reëel financieel risico voor de betrokkene kan worden beschouwd. Verder geven de door de gemachtigde overgelegde stukken onvoldoende inzicht in het bedrijfsmode waarop de dienstverlening in deze zaak is gebaseerd, zodat niet kan worden vastgesteld of het bedrijfsmodel van de gemachtigde voldoet aan het kenmerk van vergaande overdekking.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Arnhem-Leeuwarden 3 november 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6853
- HR 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1375
- HR 26 september 2025, ECLI:NL:HR:2025:1383
- HR 18 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1175
- HR 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985
- HR 25 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:670
- HR 17 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:46
- ABRvS 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1798
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2142