Hof Arnhem-Leeuwarden 2 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2339
Aan de orde is de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel nu de vordering niet binnen de in artikel 6:6:31, eerste lid, Sv gestelde termijn is ingediend. De vordering is drie maanden te laat ingediend. Het hof is van oordeel dat de vordering in deze uitzonderlijke situatie is ingediend binnen een redelijke termijn en dat er daarnaast ook sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in het derde lid van artikel 6:6:11 Sv. Het hof acht het openbaar ministerie daarom ontvankelijk in de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel. Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank. De rechtbank heeft de zaak achter gesloten deuren behandeld. Omdat de jeugdige ten tijde van de behandeling bij de rechtbank 20 jaren oud was, had de zaak toen in het openbaar behandeld dienen te worden. Het hof verlengt de PIJ-maatregel met twaalf maanden.
De uitspraak op rechtspraak.nl