Hof Arnhem-Leeuwarden 9 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4187

Moord/(gekwalificeerde) doodslag. Verdachte maakt via een gezamenlijke vriendin een afspraak met het latere slachtoffer, met wie hij een langslepend conflict heeft. Verdachte heeft eerder een mes aangeschaft, naar eigen zeggen “ter verdediging” tegen het slachtoffer. Er ontstaat een vechtpartij waarbij verdachte het slachtoffer 1 keer met het mes in de borst steekt, als gevolg waarvan het slachtoffer overlijdt. Verdachte neemt de telefoon van het slachtoffer mee. De AG acht moord, subsidiair gekwalificeerde doodslag bewezen. Het hof veroordeelt verdachte wegens doodslag tot 9 jaar gevangenisstraf. Er is geen sprake van voorbedachte raad en ook niet van causaal verband tussen de geweldshandelingen en het wegnemen van de telefoon. De AG vordert tevens oplegging van de maatregel van TBS met dwangverpleging. Het hof legt geen TBS op, omdat niet aan het gevaarscriterium van art. 37a lid 1 Sr is voldaan. Wel legt het hof de maatregel van art. 38z Sr op.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken