Hof Arnhem-Leeuwarden 6 juni 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:3766
Het hof heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, voor twee feiten met betrekking tot kort gezegd valsheid in geschrift. Verdachte deed als feitelijke leidinggevende van twee bedrijven via een douane-expediteur valse invoeraangiften bij de Douane op grond van valse facturen. De facturen waren vals, omdat die deden voorkomen dat twee bedrijven goederen kochten van een ander bedrijf. In werkelijkheid werden de twee bedrijven geen eigenaar van de goederen, maar deden zij, zoals verdachte heeft verklaard, aan ‘voorraadverplaatsing’. De facturen impliceerden aldus ten onrechte een koop-/verkooptransactie en deze werd ook telkens als zodanig ten onrechte op de aangiften ten invoer vermeld. Verdachte heeft hiermee gefaciliteerd dat ingevoerde goederen ten onrechte werden vrijgegeven, waardoor deze konden worden verplaatst en uiteindelijk konden worden verkocht. Het belastingnadeel in verband met niet afgedragen invoer-btw is door de Belastingdienst berekend op een bedrag van ruim 1 miljoen euro.
De uitspraak op rechtspraak.nl