Hof Arnhem-Leeuwarden 27 mei 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3552
Beschikking hof op bezwaarschrift tegen voornemen Minister tot overdracht van tenuitvoerlegging gevangenisstraf aan Polen. Hof verklaart het bezwaar gegrond. De veroordeelde heeft niet ingestemd met de toezending van het vonnis van de rechtbank Gelderland aan de Poolse autoriteiten en naar het oordeel van het hof is geen sprake van een geval waarin die toezending kan plaatsvinden zonder de instemming van de veroordeelde, art. 2:26 WETVVS. Bij beschikking heeft de Staatssecretaris beslist tot ongewenstverklaring van de veroordeelde. Ondanks die beschikking kan de veroordeelde bij de huidige stand van zaken niet naar Polen worden uitgezet. De veroordeelde heeft bezwaar gemaakt tegen die beschikking en heeft voorts verzocht om een voorlopige voorziening die ertoe strekt om zijn beslissing op het bezwaar in Nederland af te mogen wachten. Bepaald is dat de veroordeelde de uitspraak op het verzoek om de voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten. De gevangenisstraf is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 23 februari 2021 (ECLI:NL:RBGEL:2021:894)
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 67 RO
- Artikel 2:24 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties
- Artikel 2:26 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties
- Artikel 2:27 Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties