Hof Arnhem-Leeuwarden 18 maart 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2009
Beschikking hof op bezwaarschrift tegen voornemen Minister tot overdracht van tenuitvoerlegging gevangenisstraf aan Roemenië. Hof verklaart het bezwaar ongegrond. Overwegingen over onder meer (a) strafonderbreking en (b) detentieomstandigheden in Roemenië. Ad a. Het is aan de Minister om te beslissen welk juridisch instrument – strafoverdracht of strafonderbreking – wordt ingezet in een geval als het onderhavige. De Minister kan er dus in redelijkheid voor kiezen de veroordeelde geen strafonderbreking te verlenen omdat wordt gekozen voor de overbrenging van de veroordeelde naar Roemenië in het kader van strafoverdracht. Ad b. Het hof vertrouwt erop dat de Minister de voorgenomen overbrenging van de veroordeelde naar Roemenië pas doorgang zal laten vinden nadat de Roemeense autoriteiten een concrete garantie hebben afgegeven waardoor het algemene gevaar voor een onmenselijke of vernederende bestraffing ten aanzien van de veroordeelde afdoende is weggenomen. De gevangenisstraf is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 augustus 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:7622)
De uitspraak op rechtspraak.nl