Hof Arnhem-Leeuwarden 30 oktober 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:9081

Onderzoek Ultegra. Veroordeling ter zake deelneming aan een criminele organisatie, internationale wapenhandel, wapenhandel in Nederland, wapenbezit, mishandeling, bedreiging en vernieling tot een gevangenisstraf van 8 jaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003514-21
Uitspraak d.d.: 30 oktober 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden , zittingsplaats Leeuwarden , gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 29 juli 2021 met parketnummer 18-750017-20 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
thans verblijvende in [PI] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 23 juni 2022, 21 juli 2022, 15 mei 2023, 22 mei 2023, 13 juni 2023, 15 juni 2023, 20 juni 2023, 22 juni 2023, 30 oktober 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot:

 veroordeling van verdachte ter zake de feiten 1 tot en met 10 tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van het voorarrest;

 onttrekking aan het verkeer van alle inbeslaggenomen zaken;

 hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot een bedrag van € 1.500,00, met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

 niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [benadeelde 1] in het meer gevorderde en verwijzing naar de burgerlijke rechter voor dit deel van de vordering.

Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. P.P. van Rhijn, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld ter zake de feiten 1, 2, 3 (onderdelen [betrokkene 7] , [plaats 1] , pseudokoop 1, [plaats 2] en pseudokoop 2), 4 (onderdelen [betrokkene 7] , [plaats 1] , pseudokoop 1), 5, 6, 7, 8, 9 en 10 tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van het voorarrest. De inbeslaggenomen zaken zijn door de rechtbank onttrokken aan het verkeer. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] is door de rechtbank tot een bedrag van € 1.500,00 hoofdelijk toegewezen, met wettelijke rente en oplegging van schadevergoedingsmaatregel. In het meer gevorderde is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep- tenlastegelegd dat:

1.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot en met 27 februari 2020 te [plaats 3] en/of [plaats 4] en/of [plaats 5] en/of [plaats 1] en/of [plaats 6] en/of [plaats 7] en/of [plaats 8] en/of [plaats 2] en/of [plaats 9] en/of [plaats 10] en/of [plaats 11] , althans (elders) in Nederland, en/of

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten medeverdachte(n) [medeverdachte H.H.] en/of [medeverdachte M.K.] en/of [medeverdachte H.P.] en/of [medeverdachte J.B.] en/of [medeverdachte M.M.] en/of [medeverdachte D.Z.] en/of [medeverdachte R.H.] en/of [medeverdachte R.G.] en/of [medeverdachte M.H.] en/of [medeverdachte G.S.] en/of [medeverdachte M.V.] en/of [medeverdachte L.Z.] en/of een of meer andere personen,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk telkens het plegen van

internationale wapenhandel, als bedoeld in artikel 14, lid 1 van de Wet wapens en munitie, namelijk het zonder consent doen binnenkomen of doen uitgaan van diverse wapens en/of munitie van categorie II en/of III van en/of naar het buitenland, en/of
wapenhandel, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, en/of artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, waarbij de wapenhandel onder andere bestond uit het zonder erkenning vervaardigen en/of transformeren en/of in de uitoefening van een bedrijf uitwisselen en/of verhuren en/of (anderszins) ter beschikking stellen en/of herstellen en/of beproeven en/of verhandelen en/of van overdragen van diverse wapens en/of munitie van categorie II en/of categorie III, en/of
wapenbezit, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, en/of artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, namelijk het voorhanden hebben van wapens en/of munitie van categorie I en/of categorie II en/of categorie III, en/of
fraude, als bedoeld in artikel 225 en/of artikel 321 en/of artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht, namelijk valsheid in geschrifte en/of verduistering en/of oplichting, en/of
geweldsdelicten, als bedoeld in artikel 285 en/of artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht, namelijk bedreiging met (dodelijk) geweld en/of mishandeling(en), en/of
mensenhandel, als bedoeld in artikel 273f van Wetboek van Strafrecht, namelijk (arbeids)uitbuiting,

terwijl hij, verdachte, leider en/of oprichter en/of bestuurder van voormelde organisatie is/was/is geweest;

2.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 3 september 2018 tot en met 27 februari 2020 te [plaats 3] en/of [plaats 4] en/of [plaats 5] en/of [plaats 6] en/of [plaats 7] , althans (elders) in Nederland, en/of

te [plaats 12] en/of [plaats 13] , althans (elders) in Kroatië, en/of

te [plaats 14] , althans (elders) in Servië, en/of

te Bosnië en/of

te Duitsland, en/of

te [plaats 15] en/of [plaats 16] en/of [plaats 17] , althans (elders) in België, en/of

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

zonder erkenning een of meer wapen(s) van categorie II en/of categorie III en/of munitie van categorie II en/of III heeft/hebben doen binnenkomen uit Kroatië en/of Servië en/of Bosnië en/of Duitsland, in elk geval uit het buitenland, te weten (onder meer en/of in ieder geval),

( [plaats 13] )

(in totaal) 29, althans 28, althans een of meer handgranaten, en/of
een groen blok bevattende 500 gram van de zwaar explosieve stof TNT, en/of
een of meerdere (automatische) (vuur)wapen(s), en/of

(Kroatië en/of Servië en/of Bosnië en/of Duitsland)

een of meer handgranaten, en/of
een of meer explosief/explosieven, en/of
een of meer (automatische) (vuur)wapen(s),

en/of

zonder erkenning een of meer wapen(s) van categorie II en/of categorie III en/of munitie van categorie II en/of III heeft/hebben doen uitgaan naar België, in elk geval naar het buitenland, te weten (onder meer en/of in ieder geval)

( [plaats 15] )

twee, althans een of meer automatische vuurwapen(s), en/of
een (anti-tank) raketwerper, en/of
twee, althans een of meer ontstekers met bijbehorende TPU, en/of
een hoeveelheid explosief materiaal (pentriet), en/of
meer dan honderd, althans een of meer patro(o)n(en)/munitie, en/of

( [plaats 16] )

acht, althans een of meer handgra(a)nat(en), en/of
vier, althans een of meer vuurwapen(s) (met munitie en/of laders), en/of
zes, althans een of meer dynamietstaven, en/of
twee, althans een of meer gsm-toestellen met connectoren ten behoeve van ontstekers, en/of

( [plaats 17] , [locatie 1] )

- een pistool ( [merk 18] , met munitie), en/of

( [plaats 17] , [locatie 2] )

- een explosief en/of explosieven, althans springstof, en/of voorzien van een of meer ontsteker(s) met bijbehorende TPU;

3.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 3 september 2018 tot en met 27 februari 2020 te [plaats 3] en/of [plaats 4] en/of [plaats 5] en/of [plaats 7] en/of [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 6] , althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

zonder erkenning een of meer wapen(s) van categorie II en/of categorie III en/of munitie van categorie II en/of III, te weten (onder meer)

in of omstreeks de periode van 16 maart 2019 tot en met 17 maart 2019 een (vuur)wapen van categorie III, namelijk een semi-automatisch kogelgeweer van het merk [merk 10] , 9 mm, met een bijpassend patroonmagazijn (levering [betrokkene 7] , [serienummer 1] ), en/of
in of omstreeks de periode van 1 mei 2019 tot en met 1 juni 2019 een explosief en/of explosieven van categorie II, althans springstof en/of een ontsteker met [telefoonmerk 1] telefoon, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing (explosief [plaats 1] , [serienummer 2] ), en/of
in of omstreeks de periode van de periode van 19 juni 2019 tot en met 11 januari 2020 een of meer wapen(s) van categorie II en/of categorie III en/of munitie van categorie II en/of III (handel met [naam 4] , [serienummer 3] )), en/of
op of omstreeks 20 januari 2020 een (vuur)wapen van categorie III, namelijk een lange afstand precisiewapen/vuurwapen/geweer, van het merk [merk 1] , kaliber .308 win (inclusief bijbehorend patroonmagazijn en zijnde een wapen dat [naam 10] gesignaleerd is als gestolen), en/of munitie van categorie III, namelijk 44 patronen behorend bij voornoemd wapen van het merk [merk 2] en/of [merk 3] , kaliber .308 win (pseudokoop 20 januari 2020, [serienummer 4] )), en/of
op of omstreeks 24 februari 2020 een of meer (vuur)wapen(s) van categorie II en/of III, te weten een [merk 4] -pistoolmitrailleur en/of een [merk 5] (aankoop [plaats 2] , [serienummer 5] ), en/of
op of omstreeks 27 februari 2020 een (automatisch) (vuur)wapen van categorie II, namelijk een randvuur machinepistool [merk 6] (met bijbehorende en werkende geluiddemper en/of een 161-schots patroonmagazijn (trommelmagazijn)), kaliber .22 LR, en/of een (vuur)wapen van categorie II, namelijk een aanvalsgeweer [merk 7] , kaliber 7, 62x39, dat geschikt is om automatisch te vuren (en/of voorzien van een 30-schots patroonmagazijn van hetzelfde merk), en/of munitie van categorie III, namelijk een knalpatroon van het merk [merk 8] , kaliber 9mm PA Blanc en/of een huls van het merk [merk 9] , kaliber 9x19 mm (pseudokoop 27 februari 2020, [serienummer 4] ),

heeft/hebben vervaardigd en/of getransformeerd en/of in de uitoefening van een bedrijf heeft/hebben uitgewisseld en/of verhuurd en/of anderzins ter beschikking heeft/hebben gesteld en/of heeft/hebben hersteld en/of heeft/hebben beproefd en/of heeft/hebben verhandeld,

van welk feit verdachte (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt;

4.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 3 september 2018 tot en met 27 februari 2020 te [plaats 3] en/of [plaats 4] en/of [plaats 5] en/of [plaats 7] en/of [plaats 1] en/of [plaats 6] , althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een of meer wapen(s) van categorie II en/of categorie III en/of munitie van categorie II en/of III, te weten (onder meer)

in of omstreeks de periode van 16 maart 2019 tot en met 17 maart 2019 een (vuur)wapen van categorie III, namelijk een semi-automatisch kogelgeweer van het merk [merk 10] , 9 mm, met een bijpassend patroonmagazijn (levering [betrokkene 7] , [serienummer 1] ), en/of
in of omstreeks de periode van 1 mei 2019 tot en met 1 juni 2019 een explosief en/of explosieven van categorie II, althans springstof en/of een ontsteker met [telefoonmerk 1] telefoon, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing (explosief [plaats 1] , [serienummer 2] ), en/of
op of omstreeks 20 januari 2020 een (vuur)wapen van categorie III, namelijk een lange afstand precisiewapen/vuurwapen/geweer, van het merk [merk 1] , kaliber .308 win (inclusief bijbehorend patroonmagazijn en zijnde een wapen dat [naam 10] gesignaleerd is als gestolen), en/of munitie van categorie III, namelijk 44 patronen behorend bij voornoemd wapen van het merk [merk 2] en/of [merk 3] , kaliber .308 win (pseudokoop 20 januari 2020, [serienummer 4] )), en/of
op of omstreeks 27 februari 2020 een (automatisch) (vuur)wapen van categorie II, namelijk een randvuur machinepistool [merk 6] (met bijbehorende en werkende geluiddemper en/of een 161-schots patroonmagazijn (trommelmagazijn)), kaliber .22 LR, en/of een (vuur)wapen van categorie II, namelijk een aanvalsgeweer [merk 7] , kaliber 7, 62x39, dat geschikt is om automatisch te vuren (en/of voorzien van een 30-schots patroonmagazijn van hetzelfde merk), en/of munitie van categorie III, namelijk een knalpatroon van het merk [merk 8] , kaliber 9mm PA Blanc en/of een huls van het merk [merk 9] , kaliber 9x19 mm (pseudokoop 27 februari 2020, [serienummer 4] ),

heeft/hebben overgedragen,

van welk feit verdachte (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt;

5.

hij op of omstreeks 27 februari 2020 te [plaats 3] en/of [plaats 6] , althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een of meer wapen(s) van categorie II en/of categorie III en/of munitie van categorie II en/of III, te weten (onder meer)

( [automerk 1] )

een vuurwapen (pistool) van categorie III, merk onbekend, kaliber 7,62x55 [merk 5] (met bijbehorend/bijpassend patroonmagazijn), en/of
een vuurwapen (pistool) van categorie III, merk [merk 11] , kaliber .380 acp (met bijbehorend/bijpassend patroonmagazijn), en/of
twee, althans een, vuurwapen(s) (aanvalsgewe(e)r(en)) van categorie II, merk [merk 12] , kaliber 7,62x39 mm (met een (1) bijbehorend patroonmagazijn, 30 schots), en/of
een vuurwapen(onderdeel) patroonmagazijn van categorie III, geschikt voor alle aanvalsgeweren van het merk [merk 12] , en/of
vier, althans een of meer, centraalvuur kogelpatronen van categorie III, en/of

(pseudokoop 27 februari 2020)

een (automatisch) (vuur)wapen van categorie II, namelijk een randvuur machinepistool [merk 6] (met bijbehorende en werkende geluiddemper en/of een 161-schots patroonmagazijn (trommelmagazijn)), kaliber .22 LR, en/of
een (vuur)wapen van categorie II, namelijk een aanvalsgeweer [merk 7] , kaliber 7, 62x39, dat geschikt is om automatisch te vuren (en/of voorzien van een 30-schots patroonmagazijn van hetzelfde merk), en/of
munitie van categorie III, namelijk een knalpatroon van het merk [merk 8] , kaliber 9mm PA Blanc en/of een huls van het merk [merk 9] , kaliber 9x19 mm (pseudokoop 27 februari 2020), en/of

voorhanden heeft/hebben gehad;

6.

hij op of omstreeks 20 augustus 2018 te [plaats 11] , althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[aangever 1] heeft mishandeld door hem op het hoofd en/of tegen het been, althans op of tegen het lichaam, te slaan en/of stompen en/of schoppen;

en/of

hij op of omstreeks 20 augustus 2018 te [plaats 11] , althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[aangever 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door op die [aangever 1] een (doorgeladen) (vuur)wapen te richten en /of die [aangever 1] meermalen, althans eenmaal, dreigend de woorden toe te voegen "luister, ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

7.

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2019 tot en met 1 augustus 2019 te [plaats 9] , althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

opzettelijk en wederrechtelijk

- een of meer auto(’s), te weten een rode [automerk 2] (kenteken [kenteken 1] ) en/of een grijze [automerk 3] ( [kenteken 2] ) en/of een grijze [automerk 4] ( [kenteken 3] ), en/of

- een woning, en/of

- een brievenbus, althans hekwerk,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een of meer ander(en) dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte(n), te weten aan (onder meer) [aangever 2] toebehoorde,

heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt, door op of in de richting van voornoemd(e) goed(eren) een explosief te gooien;

8.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2018 tot en met 12 augustus 2019 te [plaats 3] en/of [plaats 4] en/of [plaats 7] en/of [plaats 5] en/of [plaats 18] en/of [plaats 8] , althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

A. (sub 1°)

een ander, te weten [medeverdachte L.Z.] , (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven en/of ontvangen van betalingen en/of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [medeverdachte L.Z.] had, heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [medeverdachte L.Z.] (sub 1°),

en/of

B. (sub 4°)

een ander, te weten [medeverdachte L.Z.] (telkens) door dwang, geweld en/of(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven en/of ontvangen van betalingen en/of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [medeverdachte L.Z.] had, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [medeverdachte L.Z.] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (sub 4),

en/of

C. (sub 6°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [medeverdachte L.Z.] (sub 6°), immers heeft/is verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

die [medeverdachte L.Z.] voorgehouden dat hij een bedrijf op naam kon zetten, om aldus de bank op te lichten, en/of
die [medeverdachte L.Z.] voorgehouden dat hij daarmee geld kon verdienen, en/of
dat het geld dat verdiend zou worden met de oplichting verdeeld zou worden, en/of
die [medeverdachte L.Z.] , meermalen, althans eenmaal, geïntimideerd, en/of
die [medeverdachte L.Z.] , meermalen, althans eenmaal, gekleineerd door die [medeverdachte L.Z.] ezel en/of mongool te noemen, en/of
die [medeverdachte L.Z.] meermalen, althans eenmaal, geslagen met vlakke hand, en/of
die [medeverdachte L.Z.] meermalen, althans eenmaal, gestompt/geslagen in de ribben en/of op de rug en/of op het hoofd (ten gevolge waarvan die [medeverdachte L.Z.] een klaplong heeft opgelopen), en/of
die [medeverdachte L.Z.] meermalen, althans eenmaal, met een (dikke ijzeren) schoenlepel, althans een voorwerp, geslagen op zijn handen, en/of
die [medeverdachte L.Z.] , veelvuldig, althans meermalen, althans eenmaal, beschoten met een 'BB-gun' en/of balletjespistool en/of airsoft-wapen (ten gevolge waarvan die [medeverdachte L.Z.] verwondingen heeft opgelopen), en/of
gedreigd met het 'bezoeken van' en/of praten met' die moeder van die [medeverdachte L.Z.] en/of
aan die [medeverdachte L.Z.] onderdak verschaft, en/of
die [medeverdachte L.Z.] dagelijks 14 tot 16 uren aanwezig laten zijn in verdachtes woning aan het [locatie 3] , en/of
die [medeverdachte L.Z.] dagelijks huishoudelijke taken uit te laten voeren in en rondom verdachtes woning aan het [locatie 3] , zoals 'poepscheppen' (van de dieren) en/of blaadjes harken en/of schoonmaken en/of afwassen en/of koken, en/of
die [medeverdachte L.Z.] dagelijks, althans meermalen, heeft gedwongen te zorgen voor inkomsten uit oplichting van banken en bedrijven, althans (overige) fraude, en/of
die [medeverdachte L.Z.] een (onverzekerde) auto op naam te laten hebben,

terwijl die [medeverdachte L.Z.] kampte met dakloosheid en/of veelvuldig alcoholgebruik en/of drugsgebruik en/of een lage intelligentie, en zich aldus in een kwetsbare positie bevond, en/of in welke afhankelijkheidssituatie die [medeverdachte L.Z.] zich telkens niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die uitbuiging door verdachte en/of zijn medeverdachte(n);

9.

hij (op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 11 oktober 2018 tot en met 5 november 2019 te [plaats 3] en/of [plaats 4] en/of [plaats 7] en/of [plaats 5] en/of [plaats 18] en/of [plaats 8] , althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

A. (sub 1°)

een ander, te weten [medeverdachte R.H.] , (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven en/of ontvangen van betalingen en/of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [medeverdachte R.H.] had, heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [medeverdachte R.H.] (sub 1). en/of

B. (sub 4°)

een ander, te weten [medeverdachte R.H.] , (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven en/of ontvangen van betalingen en/of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die [medeverdachte R.H.] had, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [medeverdachte R.H.] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (sub 4°),

en/of

(sub 6°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [medeverdachte R.H.] (sub 6°), immers heeft/is verdachte tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

aan die [medeverdachte R.H.] onderdak verschaft, en/of
die [medeverdachte R.H.] een bedrijf op naam te laten nemen, en/of
dat bedrijf te gebruiken voor het afsluiten van telefoonabonnementen en/of leasen van auto's en/of het verkrijgen van tankpassen en/of het huren van goederen, en/of
die [medeverdachte R.H.] aldus heeft gedwongen te zorgen voor inkomsten uit oplichting van banken en bedrijven, althans (overige) fraude, en/of
die [medeverdachte R.H.] als chauffeur te laten werken, en/of
die [medeverdachte R.H.] huishoudelijke taken uit te laten voeren in en rondom verdachtes woning aan het [locatie 3] , zoals schoonmaken en/of afwassen en/of koken, en/of
die [medeverdachte R.H.] , veelvuldig, althans meermalen, althans eenmaal, beschoten met een 'BB-gun' en/of balletjespistool en/of airsoft-wapen (ten gevolge waarvan die [medeverdachte R.H.] verwondingen heeft opgelopen op (onder andere) zijn penis), en/of
die [medeverdachte R.H.] meermalen, althans eenmaal, geslagen,

terwijl die [medeverdachte R.H.] kampte met dakloosheid en/of veelvuldig alcoholgebruik en/of drugsgebruik, en zich aldus in een kwetsbare positie bevond, en/of in welke afhankelijkheidssituatie die [medeverdachte R.H.] zich telkens niet kon en/of durfde te verzetten en/of onttrekken tegen/aan die uitbuiging door verdachte en/of zijn medeverdachte(n);

10.

hij op of omstreeks 27 februari 2020 te [plaats 3] , althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2888,66 gram amfetamine ( [automerk 1] bij Kringloop), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs

Algemeen

Inleiding

De politie Noord-Nederland heeft in verband met verdenkingen van wapenhandel een groot en langdurig onderzoek (onderzoek [onderzoeksnaam] ) verricht in de periode september 2018 tot en met februari 2020. Tijdens dit onderzoek is de politie ook gestuit op verdenkingen van andere strafbare feiten. Verdachte is één van de personen die in februari 2020 is aangehouden naar aanleiding van het onderzoek [onderzoeksnaam] . Verdachte wordt onder meer verweten in de periode 1 juni 2018 tot en met 27 februari 2020 deel te hebben uitgemaakt van een crimineel samenwerkingsverband (CSV) dat het oogmerk had het plegen van (internationale) wapenhandel, wapenbezit, fraude, geweldsdelicten en mensenhandel.

Onderdelen waarvan verdachte door de rechtbank is vrijgesproken

Met instemming van de advocaten-generaal en de verdediging zijn in hoger beroep de onderdelen van een tenlastegelegd feit waarvan verdachte door de rechtbank is vrijgesproken en die als afzonderlijk feit ten laste gelegd hadden kunnen worden, onbesproken gebleven. Dit betreft het onderdeel ‘ [plaats 15] ’ in feit 2 en het onderdeel ‘handel met [naam 4] ’ in feit 3 en het onderdeel ‘pseudokoop II’ bij feit 4. Op deze onderdelen wordt daarom in dit arrest ook niet verder ingegaan. Het hof zal verdachte van deze onderdelen vrijspreken.

Telefoongebruik

Door enkele verdachten in het onderzoek [onderzoeksnaam] is verklaard dat zij en hun medeverdachten hun telefoons regelmatig uitleenden dan wel uitwisselden en dat de daarmee gevoerde gesprekken en/of uitgewisselde informatie daarom niet van de bezitter/eigenaar van de telefoon/het telefoonnummer afkomstig behoeven te zijn.

Het hof acht dit niet aannemelijk geworden. In het dossier is een enorme hoeveelheid telefoongesprekken en met telefoons verstuurde en ontvangen berichten weergegeven. In die gesprekken wordt niet gevraagd met welke persoon men nu in gesprek is. Kennelijk weten de onderscheiden gebruikers meteen met wie men aan het communiceren is en dus wie bij welk telefoonnummer/welke telefoon hoort. Daar bestaat geen enkele onduidelijkheid over. Daarom gaat het hof er vanuit dat de bezitter/eigenaar van een telefoon ook de gebruiker ervan is, tenzij het tegendeel blijkt.

Gebruiker van de telefoon [telefoonmerk 2]

Door de politie wordt waargenomen dat medeverdachte [medeverdachte M.K.] op 27 februari 2020 als bestuurder in een [automerk 5] in [plaats 6] rijdt. Het is zijn auto en hij zit er alleen in. Hij wordt aangehouden en in deze auto wordt een ontgrendelde PGP-telefoon ( [telefoonmerk 2] ) aangetroffen. [medeverdachte M.K.] heeft geen verklaring willen afleggen over het gebruik van deze PGP-telefoon ( [telefoonmerk 2] ).

Gelet op het feit dat deze telefoon in ontgrendelde toestand bij [medeverdachte M.K.] in het bezit is in zijn auto waar alleen hij op dat moment in aanwezig is, gaat het hof er vanuit dat het zijn telefoon is. Er zijn geen aanwijzingen dat de telefoon van iemand anders zou zijn. Het hof stelt derhalve vast dat de inhoud van deze telefoon aan [medeverdachte M.K.] is toe te schrijven.

Gebruiker van het Telegram-account [accountnaam] (NHT)

Door verbalisanten is gezien dat medeverdachte [medeverdachte H.H.] bij zijn aanhouding op 27 februari 2020 voor zijn woning iets van zich afgooit, naar later blijkt een [telefoonmerk 3] .

Deze [telefoonmerk 3] is onderzocht door de politie. Uit het onderzoek blijkt dat [medeverdachte H.H.] deze [telefoonmerk 3] heeft gebruikt vanaf 10 oktober 2017 tot aan zijn aanhouding. De geregistreerde eigenaar van de [telefoonmerk 3] is: [accountnaam] . [medeverdachte H.H.] heeft “ [accountnaam] ” op zijn arm getatoeëerd. De eerste letters van deze tekst vormen het woord [accountnaam] . Een foto van [medeverdachte H.H.] met deze tatoeage op zijn arm wordt ook in de [telefoonmerk 3] aangetroffen.

De [telefoon ID] in de [telefoonmerk 3] is [e-mailadres 1] ; dit is het e-mailadres van het bedrijf van [medeverdachte H.H.] .

In de [telefoonmerk 3] zit een simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer 1] . In de periode 10 oktober 2018 tot en met 27 maart 2020 is dit nummer getapt. Hieruit blijkt dat [medeverdachte H.H.] alleengebruiker is van dit nummer. Op het imei-nummer van de [telefoonmerk 3] liep ook een tap. Hieruit blijkt dat de [telefoonmerk 3] enkel in gebruik is in combinatie met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Op het Whatsapp-profiel van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] wordt bij de info de tekst [accountnaam] vermeld en de naam: ‘ [medeverdachte H.H.] Het Beest’ met een profielfoto van [medeverdachte H.H.] met een wapen in zijn hand. Verder wordt er op de [telefoonmerk 3] onder andere het Telegram-account ' [accountnaam] ' (NHT) aangetroffen. NHT chat veelvuldig over wapens. Het Telegram-account NHT heeft dezelfde profielfoto als het Whatsapp-account, maar bij het Telegram-account zijn de tatoeages en het gezicht weggekrast.

Gelet op het voorgaande stelt het hof vast dat [medeverdachte H.H.] de gebruiker is van het Telegram-account NHT.

Betrouwbaarheid verklaringen [medeverdachte L.Z.] en [medeverdachte M.V.]

De raadsman heeft in hoger beroep aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte M.V.] en de verklaringen van [medeverdachte L.Z.] niet betrouwbaar zijn en niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, want zij verklaren inconsistent en onduidelijk op belangrijke punten.

Het hof is anders dan de verdediging van oordeel dat de verklaringen van [medeverdachte M.V.] en [medeverdachte L.Z.] wel voldoende betrouwbaar zijn en bezigt deze verklaringen wel voor het bewijs.

Verklaringen dienen met betrekking tot de betrouwbaarheid te worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het enkele feit dat in verklaringen op punten tegenstrijdigheden voorkomen, maakt deze verklaringen op zichzelf nog niet ongeloofwaardig en onbruikbaar als bewijsmiddel. Dat kan immers te wijten zijn aan de feilbaarheid van het menselijk geheugen, of teweeggebracht onder invloed van emoties of door tijdsverloop. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken, de wijze waarop zij zijn afgelegd en de steun die zij geven of vinden aan/in ander bewijsmateriaal.

Het hof is van oordeel dat de verklaringen van [medeverdachte M.V.] en [medeverdachte L.Z.] voldoende consistent en accuraat zijn. Deze verklaringen vinden ook voldoende steun in het aanwezige overige bewijs zoals bij de betreffende onderdelen door het hof hieronder zullen worden weergegeven. Daaronder is veel objectief bewijs (telefoongegevens, foto’s, peilbakengegevens) Het hof heeft als het gaat om de inhoud van die bewijsmiddelen geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid daarvan te twijfelen.

Feit 2 -internationale wapenhandel

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt het hof het volgende af.

Invoer wapens uit Kroatië

Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van [verdachte] blijkt dat hij vanaf 5 juni 2018 telefonische contacten heeft met [medeverdachte H.H.] . Vanaf 10 juni 2018 straalt de telefoon van [verdachte] naast telefoonmasten in [plaats 5] telefoonmasten in [plaats 4] aan. [medeverdachte H.H.] verbleef in de zomer van 2018 aan de [adres 1] te [plaats 4] .

[medeverdachte M.V.] verklaart bij de politie dat hij in juli 2018 [verdachte] leerde kennen in [plaats 5] . Uit de historische verkeergegevens van het telefoonnummer van [verdachte] blijkt dat op 8 juli 2018 het eerste telefonische contact is tussen [verdachte] en [medeverdachte M.V.] .

Vanaf 4 september 2018 is er sms-contact tussen [medeverdachte M.V.] (in Nederland) en [betrokkene 1] (in Kroatië) over levering van wapens. Op 7 september 2018 meldt [betrokkene 1] aan [medeverdachte M.V.] dat het geregeld is voor € 500,00. Vanaf 15 september 2018 straalt de telefoon van [medeverdachte M.V.] dagelijks telefoonmasten in [plaats 4] aan.

Uit de verklaring van [medeverdachte M.V.] en de telefoon van [medeverdachte M.V.] blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte M.V.] op 21 september 2018 samen naar Kroatië reizen.

[medeverdachte M.V.] heeft onderweg sms-contact met [betrokkene 2] over wapens. [betrokkene 1] heeft hen verwezen naar [betrokkene 2] voor de aankoop van wapens. [medeverdachte M.V.] en [verdachte] gaan vervolgens naar [betrokkene 2] in Kroatië. [verdachte] en [betrokkene 2] spreken elkaar daar over aankopen van wapens en prijzen.

Op 23 september 2018 vraagt [medeverdachte M.V.] aan [betrokkene 1] of ze elkaar vandaag zien. [betrokkene 1] bevestigt dit.

Op 25, 26 en 27 september 2018 maakt [medeverdachte M.V.] foto's in [plaats 13] (Kroatië). Deze foto’s zijn later door de politie gezien op zijn telefoon. Op één van de foto’s staat een witte ronde tafel en daarop 28 handgranaten, een groen blok met nummer [nummer 1] en twee leren tasjes. Deze foto is ook op de telefoon van [medeverdachte H.H.] aangetroffen. Er is ook een foto bij met een witte emmer met handgranaten in granaatkokers. [medeverdachte M.V.] verklaart dat deze foto's bij [betrokkene 1] in Kroatië zijn gemaakt, dat er 20 tot 25 handgranaten in de emmer zaten en dat [betrokkene 1] granaten op de tafel had gelegd om deze aan [verdachte] te laten zien. [verdachte] wilde geweren kopen en [betrokkene 1] had ook nog granaten.

Er stonden nog drie andere foto's op de telefoon van [medeverdachte M.V.] : foto 8 datum 26-09-2018: [verdachte] met 2 handgranaten, foto 9 datum 27-09-2018: [verdachte] met shotgun en foto 10 datum 27-09-2018: [verdachte] met shotgun. [medeverdachte M.V.] verklaart dat ook deze foto's bij [betrokkene 1] in [plaats 13] (Kroatië) zijn gemaakt. Deze drie foto's zijn ook via Whatsapp naar [verdachte] gestuurd.

[medeverdachte L.Z.] maakt op 28 september 2018 € 1.445,00 over aan [medeverdachte M.V.] . Op 2 oktober 2018 maakt [medeverdachte L.Z.] € 665,00 over aan [medeverdachte M.V.] en € 755,00 aan [verdachte] . [medeverdachte L.Z.] verklaart dit in opdracht van [medeverdachte H.H.] te hebben gedaan.

Uit de historische verkeersgegevens van de telefoons van [verdachte] en [medeverdachte M.V.] blijkt dat zij vanaf 6 oktober 2018 gezamenlijk terugreizen naar Nederland en daar op 7 oktober 2018 weer zijn.

Op 8 oktober 2018 zijn in [plaats 4] met het telefoontoestel van [medeverdachte H.H.] foto’s gemaakt. De foto's van [medeverdachte M.V.] gemaakt in Kroatië bij [betrokkene 1] zijn daarmee vergeleken. Op de foto's 1 en 6 staan een vrijwel identiek aantal granaten (28 versus 29), een identiek groen blok met opschrift [nummer 1] en dezelfde leren etuis met daarin handgranaten. Op de foto's 4, 5 en 7 staat een identiek vuurwapen. Op de foto's 3 en 8 staat een zelfde handgranaat.

[medeverdachte M.V.] herkent op de foto's op de telefoon van [medeverdachte H.H.] de wapens die hij heeft gefotografeerd in Kroatië. Het zijn dezelfde. De politie ziet de volgende overeenkomsten: - 8 groene, ronde handgranaten, waarvan de leesbare nummers op de veiligheidslepels overeenkomen, namelijk twee keer [nummer 2] en één keer [nummer 3] ; - 1 groene, ronde handgranaat met een soort draaidop; - 3 goud-/koperkleurige handgranaten; - 1 groen blok met nummer [nummer 1] ; - 16 zwarte handgranaten in [plaats 4] versus 17 zwarte handgranaten in Kroatië; - 2 leren hoesjes.

Een zelfde groen blok met nummer [nummer 1] is op 27 februari 2020 bij de doorzoeking in de loods aan de [adres 2] in [plaats 5] aangetroffen. Dit is een explosief, dat 500 gram TNT bevat en valt onder artikel 2, eerste lid, categorie II onder 7 WWM. Over die loods hebben [medeverdachte L.Z.] en [medeverdachte R.H.] later verklaard dat dit een opslagplaats was voor de wapens.

Op 15 oktober 2018 vertrekt [medeverdachte M.V.] met [medeverdachte H.H.] en met [verdachte] naar Kroatië. Op 16 oktober 2018 heeft [medeverdachte M.V.] weer contact met [betrokkene 2] . Op 17 oktober 2018 straalt de telefoon van [medeverdachte M.V.] weer aan in [plaats 4] . Uit de berichten tussen [betrokkene 2] en [medeverdachte M.V.] blijkt dat de levering kennelijk niet is gelukt en dat [betrokkene 2] geld heeft terugbetaald aan [medeverdachte L.Z.] (€ 966,65).

Op 18 oktober 2018 heeft [medeverdachte M.V.] weer contact met [betrokkene 1] . [medeverdachte M.V.] wil foto's van datgene. Op 19 oktober 2018 sms’t [betrokkene 1] aan [medeverdachte M.V.] : "Bij datgene wat ik heb gefotografeerd geeft hij nog 4kg explo... En dat is in totaal 1000€ ... en datgene wordt uitgeschoven en één emmer mun. voor dat grote dat ik heb gefotografeerd is 400€ ... en de foto's van die andere krijg je over een paar dagen... ze hebben mij nog niet gebeld."

Op 26 november 2018 stuurt [medeverdachte H.H.] een Whatsappbericht aan [medeverdachte M.V.] , inhoudende dat [medeverdachte M.V.] nu voor hem werkt. Uit de berichten blijkt dat [medeverdachte M.V.] en [verdachte] dan onderweg zijn.

Op 2 en 3 december 2018 maakt [medeverdachte L.Z.] € 56,- en € 216,- over aan [medeverdachte M.V.] in [plaats 13] . [medeverdachte L.Z.] verklaart dat hij dit deed in opdracht van [medeverdachte H.H.] . [medeverdachte H.H.] beheerde het geld.

Vanaf 19 tot en met 23 december 2018 vraagt [medeverdachte H.H.] via Whatsapp aan [medeverdachte M.V.] wanneer hij terugkomt. Volgens [medeverdachte H.H.] bellen de Belgen elke dag en lijdt hij gezichtsverlies.

[medeverdachte M.V.] is op 9 januari 2019 weer in [plaats 4] en [medeverdachte M.V.] gaat op 10 januari 2019 met [verdachte] en [betrokkene 13] naar België.

Op 1 februari 2019 appt [medeverdachte H.H.] aan [medeverdachte M.V.] dat het hem te lang duurt. Op 5 februari 2019 appt [medeverdachte M.V.] aan [medeverdachte H.H.] dat hij geen geld heeft om te onderhandelen. [medeverdachte H.H.] antwoordt dat hij [medeverdachte M.V.] 180 gram heeft gegeven, dat hij [medeverdachte M.V.] vertrouwde en dat hij nu niks heeft. Hun laatste contact is op 19 februari 2019.

Op grond van het voorgaande oordeelt het hof dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [medeverdachte M.V.] en [medeverdachte H.H.] bij het invoeren van handgranaten, een vuurwapen en een explosief vanuit [plaats 13] (Kroatië) naar Nederland in de periode september-oktober 2018. Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 tenlastegelegde invoer van wapens uit Kroatië.

Uitvoer wapens en munitie naar België

België: onderdeel [plaats 16] Op 20 april 2019 krijgt de Belgische politie de melding dat [betrokkene 3] , wonend aan de [adres 3] te [plaats 16] (België), een kogel door haar voet heeft gekregen. Zij is de vriendin van [betrokkene 4] , wonend aan de [locatie 1] te [plaats 17] . Haar woning in [plaats 16] is doorzocht door de politie.

Het volgende wordt onder meer aangetroffen.

- handgranaten

In een reiskoffer treft de politie een plastic tas aan van de Poiesz-supermarkt met daarin vijf handgranaten in groene granaatkokers. De politie heeft deze handgranaten vergeleken met de foto's van de handgranaten op de [telefoonmerk 3] van [medeverdachte H.H.] . De foto's, gemaakt op 8 oktober 2018 in [plaats 4] , vertonen overeenkomsten met de in [plaats 16] aangetroffen handgranaten, namelijk: - 1 M50 handgranaat: De combinatie lichaamsnummer en veiligheidsbeugelnummer is dezelfde als de foto van de granaat aangetroffen op het telefoontoestel van [medeverdachte H.H.] . Qua verdere uiterlijke kenmerken zijn er ook overeenkomsten: egaal/geen beschadigingen waarneembaar. - 4 stuks M75 handgranaat: De veiligheidsbeugelnummers komen met elkaar overeen, de granaten zijn verpakt in granaatkokers.

Er is ook onderzoek gedaan naar de plastic tas van de Poiesz-supermarkt waarin de handgranaten zaten. De opdruk "95 jaar" correspondeert met het jubileum van de Poiesz-supermarkt op 16 januari 2018. In de [telefoonmerk 3] van [medeverdachte H.H.] is een foto aangetroffen waarop hij te zien is met twee handgranaten in zijn handen. Op de achtergrond van deze foto is ook een plastic tas met het opschrift "95 jaar" van de Poiesz-supermarkt te zien. De Poiesz-supermarktketen zit alleen in Noord-Nederland.

Er is een DNA-match met DNA van [medeverdachte M.V.] en DNA op één van de vijf aangetroffen granaatkokers. Zijn DNA-profiel heeft met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid bijgedragen aan het DNA-sporenprofiel dat werd teruggevonden op de granaatcontainer.

- vuurwapen Er worden wapens gevonden. Eén van de gevonden wapens is een semi-automatisch pistool, [merk 13] , kaliber 9mm. Op dit pistool is een DNA-mengprofiel aangetroffen waarvan het DNA van [verdachte] deel uitmaakt.

- explosieven In een slaapkamer is een Action-tas aangetroffen met daarin een Adidas-schoenendoos met daarin zes staven dynamiet van het merk [merk 14] . Dit is dezelfde springstof als het explosief dat later (op 1 juni 2019) door de politie in Nederland wordt aangetroffen in [plaats 1] , waarbij DNA-sporen van [verdachte] , [medeverdachte H.P.] , [medeverdachte L.Z.] en [medeverdachte R.H.] zijn aangetroffen (zie hieronder bij nationale wapenhandel, feit 3, onderdeel [plaats 1] ).

- slagpijpjes en gsm-telefoons met connectoren ten behoeve van ontstekers In de Adidas-schoenendoos (zie hierboven bij ‘explosieven’) zit ook een plastic zakje met twee elektrische slagpijpjes. Op de knoop van het plastic zakje is een DNA-spoor aangetroffen. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid heeft [verdachte] bijgedragen tot het DNA-sporenprofiel dat is teruggevonden op de knoop van het plastic zakje.

Ook worden er twee gsm-telefoons met bedrading aangetroffen.

[medeverdachte H.P.] verklaart hierover dat [medeverdachte H.H.] hem heeft gevraagd om een afstandsbediening te maken voor explosieven. Daarvoor waren oude telefoons nodig. In de nacht van 1 op 2 april 2019 hebben mannen, waaronder [verdachte] , [medeverdachte R.H.] en [medeverdachte L.Z.] , hiervoor twee of drie telefoons bij [medeverdachte H.P.] thuis afgeleverd. [medeverdachte H.P.] heeft, na confrontatie met de foto van de slagpijpjes en telefoons die zijn aangetroffen in [plaats 16] , bekend dat hij deze heeft geprepareerd om een explosief te laten ontploffen. Hij heeft de slagpijpjes gemonteerd en kruit in de slagpijpjes gedaan. De slagpijpjes en de telefoons zijn tegelijk meegenomen.

De GSM-telefoons waren een witte [telefoonmerk 1] ( [IMEI-nummer 1] ) en een zwarte [telefoonmerk 1] ( [IMEI-nummer 2] ). Op de witte [telefoonmerk 1] zijn DNA-sporen van [verdachte], van [medeverdachte H.P.] en van [medeverdachte L.Z.] aangetroffen. Op de zwarte [telefoonmerk 1] zijn DNA-sporen aangetroffen van [verdachte], van [medeverdachte H.P.] en van [medeverdachte R.H.].

De historische gegevens van deze IMEI-nummers zijn gevorderd. Hieruit blijkt dat beide telefoons vrijwel tegelijkertijd op dezelfde locatie van een nieuw telefoonnummer zijn voorzien, te weten op 2 april 2019 omstreeks 03:29 en 03:33 uur, waarbij telkens de mast aan de [adres 4] te [plaats 7] werd aangestraald. Deze mast ligt op 200 meter van het adres van [medeverdachte H.P.] . De zwarte [telefoonmerk 1] werd tot 2 april 2019 gebruikt voor een simkaart op naam van [medeverdachte R.H.] Drankenhandel. Ook andere telefoonnummers op naam van [medeverdachte R.H.] Drankenhandel waren ooit geplaatst in deze zwarte [telefoonmerk 1] .

De [automerk 6] met kenteken [kenteken 4] staat op naam van [bedrijfsnaam 1] . Dit bedrijf staat op naam van [medeverdachte H.H.] . In deze auto zijn door de politie ovc-geluidsopnames gemaakt. Ook is deze auto voorzien van een peilbaken. Dit peilbaken is op 16 februari 2019 geactiveerd.

Op 1 april 2019 omstreeks 21:07 uur rijden [verdachte] en [medeverdachte R.H.] in de [automerk 6] ( [kenteken 4] ) van de woning van [medeverdachte H.H.] aan het [locatie 3] 1 in [plaats 3] naar de woning van [medeverdachte H.P.] aan de [locatie 4] te [plaats 7] . [verdachte] en [medeverdachte R.H.] spreken over explosieven en de prijzen ervan. Omstreeks 21:42 uur stoppen zij nabij de woning van [medeverdachte H.P.] . [verdachte] stapt uit en [medeverdachte R.H.] blijft zitten. Omstreeks 22:25 uur stappen [verdachte] en [medeverdachte A.G.] bij [medeverdachte R.H.] in de auto en rijden zij naar [plaats 19] . Onderweg bespreken zij dat er drie mobiele telefoons van een ouder type nodig zijn. [verdachte] belt [medeverdachte L.Z.] en geeft hem opdracht een telefoon te regelen. [medeverdachte L.Z.] moet naar [naam 5] komen bij [restaurant] . [verdachte] herhaalt dat hij de oude [telefoonmerk 4] bedoelt zonder camera. [verdachte] vraagt ook of er nog andere oude telefoons thuis zijn. Er is haast bij, want ze hebben de telefoon vannacht al nodig.

Omstreeks 22:58 uur stapt [medeverdachte A.G.] in [plaats 19] eerst uit en vervolgens weer in; hierna blijkt hij een telefoon met lader te hebben opgehaald. Om 23:18 uur is de auto weer in de buurt van de woning van [medeverdachte H.P.] . [verdachte] en [medeverdachte A.G.] stappen uit en [medeverdachte R.H.] zegt: "Zie ik jullie zo weer". [medeverdachte R.H.] rijdt naar [naam 5] en komt om 23:44 uur aan bij restaurant [restaurant] . Op 2 april 2019 omstreeks 00:00 uur zijn [medeverdachte R.H.] en [medeverdachte L.Z.] in de auto te horen. Vervolgens rijdt [medeverdachte R.H.] terug naar de woning van [medeverdachte H.P.] . Om 01:15 uur stappen [verdachte] en [medeverdachte A.G.] weer bij [medeverdachte R.H.] in de auto. [verdachte] spreekt over België en zegt dat [medeverdachte R.H.] niet mee kan. Om 02:00 uur is de auto in [plaats 4] en arriveert om 02:42 uur weer bij de woning van [medeverdachte H.P.] . [verdachte] en [medeverdachte A.G.] spreken onderweg af dat zij morgen naar België gaan.

[medeverdachte A.G.] wordt afgezet in [plaats 19] , waarna [verdachte] en [medeverdachte R.H.] terugrijden naar de woning van [medeverdachte H.P.] . Om 04:25 uur stappen [verdachte] en [medeverdachte R.H.] weer in de auto. [medeverdachte R.H.] zegt dan: "Ik heb op internet gelezen dat als je een explosief met een telefoon af wil laten gaan, dan moet dat met de trilfunctie".

Op 2 april 2019 om 13:51 uur rijden [verdachte] en [medeverdachte R.H.] in dezelfde auto van [plaats 4] naar [plaats 3] . Van 14:09 tot 15:50 uur staat de auto aan het [locatie 3] . Daarna vertrekken [verdachte] en [medeverdachte R.H.] weer. In de auto gaat het gesprek over “een hele rit voor de boeg hebben” en “een rijdende tijdbom”. Er volgt een gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte R.H.] over trekkoord-ontstekers, 9-voltsbatterijen en lampjes van 3 volt. Rond 16:05 uur stopt de auto bij Mc Donalds in [plaats 6] .

Het hof merkt op dat bovengenoemde ovc-gesprekken meerdere keren zijn uitgewerkt en dat de verschillende uitwerkingen niet exact woord voor woord overeenkomen, maar dat de uitwerkingen van de politie zijn gebruikt voor zover deze naar het oordeel van het hof voldoende overeenstemmen met de uitwerkingen van de interceptietolken, mede bezien in het licht van het overige bewijs.

[verdachte] stapt bij [medeverdachte A.G.] in een [automerk 7] ( [kenteken 5] ). De [automerk 7] passeert op 2 april 2019 om 19:15 uur de Belgische grens bij [plaats 20] . Deze [automerk 7] is vervolgens twee keer vastgelegd in [plaats 17] . Om 22:29 uur rijdt de [automerk 7] Nederland weer in.

Uit de telecom gegevens is gebleken dat het IMEI nummer [IMEI-nummer 3] naar België afreist op 2 april 2019. Uit onderzoek is gebleken dat het IMEI nummer toebehoort aan een zogenaamd PGP toestel in gebruik bij [verdachte] . Op 2 april 2019 omstreeks 15:44 uur verlaat het toestel [plaats 3] en het is op 3 april 2019 omstreeks 02:24:12 uur weer terug.

[betrokkene 4] verklaart dat [betrokkene 3] (in haar woning zijn de wapens aangetroffen) zijn vriendin is. Hij heeft de wapens en explosieven ontvangen en vervolgens in de woning van zijn vriendin bewaard. De Adidas-schoenendoos met inhoud is in [plaats 21] geleverd en heeft hij daarna naar [plaats 16] gebracht.

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met zijn medeverdachten om een vuurwapen, handgranaten, explosieven, slagpijpjes, ontstekers en gsm-toestellen voor die ontstekers in Nederland te organiseren en vervolgens uit te voeren naar België.

België: onderdeel [locatie 2]

De blauwe [automerk 8] , met kenteken [kenteken 6] , op naam van [medeverdachte R.H.] Drankenhandel, is door de politie voorzien van een peilbaken. Dit peilbaken is op 21 mei 2019 geactiveerd. Uit de peilbakengegevens blijkt onder meer dat deze auto op 4 juni 2019 in België is geweest.

Op 3 juni 2019 om 14:55 uur komt de [automerk 8] aan bij de woning van [medeverdachte H.H.] aan het [locatie 3] te [plaats 3] . Op de beelden van de daar geplaatste camera’s is te zien dat [medeverdachte R.H.] uit de [automerk 8] stapt en naar de woning loopt. Vijf minuten later loopt ook [medeverdachte L.Z.] van de [automerk 8] naar de woning.

Om 15.24 uur lopen [medeverdachte H.H.] , [medeverdachte R.H.] en [medeverdachte L.Z.] richting de [automerk 8] . [medeverdachte H.H.] en [medeverdachte L.Z.] lopen weer terug. Omstreeks 15:33 uur vertrekt [medeverdachte R.H.] met deze [automerk 6] en rijdt via [plaats 18] (de toenmalige verblijfplaats van [verdachte] ) naar de [adres 2] te [plaats 5] (opslagplaats wapens). Daar staat de [automerk 8] tussen 18:12 en 18:19 uur stil. Om 19:03 uur is de [automerk 8] met [verdachte] en [medeverdachte R.H.] terug aan het [locatie 3] . Om 19:53 uur lopen [medeverdachte H.H.] en [medeverdachte R.H.] naar de auto. [medeverdachte R.H.] opent de kofferbak. Er ligt een zwarte tas in en iets dat lijkt op een blauw dekzeil. [medeverdachte R.H.] en [medeverdachte H.H.] tillen dit uit de auto. Zij kijken vervolgens samen een poosje in de kofferbak. [medeverdachte R.H.] heeft daarna handschoenen aan. Hij pakt de zwarte tas, legt deze terug in de kofferbak en dekt deze af met het blauwe zeil. [medeverdachte H.H.] loopt intussen al bellend naar de woning. Om 20:00 uur herhaalt zich het proces. [medeverdachte R.H.] zit in de auto op de bestuurdersstoel. [medeverdachte H.H.] en [verdachte] komen aanlopen. [medeverdachte R.H.] stapt uit, opent de kofferbak en haalt het dekzeil en de zwarte tas eruit. [medeverdachte H.H.] en [verdachte] kijken mee. [medeverdachte R.H.] pakt daarna de spullen weer in. De zwarte tas gaat de kofferbak in, daarna het blauwe dekzeil, de handschoenen gaan uit en de kofferbak gaat dicht. Om 20:05 uur vertrekken [verdachte] en [medeverdachte R.H.] in de auto. Ze maken een stop van 6 minuten aan de [adres 2] in [plaats 5] en rijden dan naar [plaats 7] . Om 21:40 uur zijn zij bij [medeverdachte H.P.] thuis aan de [locatie 4] in [plaats 7] . Als zij vertrekken staat [medeverdachte H.P.] in de deuropening van zijn werkplaats. Vervolgens rijden [medeverdachte R.H.] en [verdachte] rechtstreeks naar [plaats 17] waar zij op 4 juni 2019 om 01:00 uur aankomen. Op 4 juni 2019 om 07:59 uur belt [verdachte] met [medeverdachte G.S.] dat ze daar moeten blijven.

Op 4 juni 2019 tussen 16:27 uur en 19:29 uur staat de [automerk 8] stil aan de [locatie 2] te [plaats 17] .

De Belgische politie heeft camera’s geplaatst in het appartementencomplex van [locatie 2] en heeft afluisterapparatuur geplaatst in het appartement [locatie 2] . De Belgische politie heeft vastgelegd wat zij heeft waargenomen. Dit is het volgende.

Op 4 juni 2019 om 16:53 uur worden [verdachte] en [medeverdachte R.H.] in het appartement aan de [locatie 2] te [plaats 17] ontvangen door [betrokkene 5] . Tussen 17:17 uur en 18:01 uur is er ook een onbekende, licht getinte man binnen. Tussen 18:35 uur en 19:16 uur is [naam 6] ook daar.

[verdachte] en [medeverdachte R.H.] hebben in het appartement een gesprek met [betrokkene 5] . Het afgeluisterde gesprek heeft de volgende strekking:

Zij bespreken dat iets aan en uit gaat, dat een knopje groen blijft, dat iets erin gedrukt wordt, dat het papier eraf gaat, en dat balletjes geknipt worden en in een handschoen gaan. De folie moet daar weer op, anders krijg je die rommel niet meer uit je kleren. Het heeft een sterke lucht. Besproken wordt dat een ontsteker op de computer wordt aangesloten om de tijd in te stellen. [betrokkene 5] vraagt om dit te testen op 3 minuten. [verdachte] antwoordt dat het lampje gelijk gaat branden als ze hem aanzetten. Volgens [verdachte] branden deze op hetzelfde moment één keer.

(…) [medeverdachte R.H.] zegt dat je eigenlijk knopjes moet hebben, waar je draadjes aan kunt solderen. Volgens [verdachte] kun je de plaatjes extern installeren op hoeveel tijd je wilt. Op de site staat dat ze dat tussen één en drie minuten doen. Volgens [verdachte] heeft hij gezegd: als jij een jongen hebt die het nog nooit heeft gedaan ... 3 minuten ... of een beetje traag is ..... dan gaat hij zelf ook de lucht in. Volgens [medeverdachte R.H.] moet het sowieso niet langer dan 5 minuten. Volgens [verdachte] heb je dan kans dat één van de batterijen leeg is, en er staat advies op die legersite van 1 of 3 minuten. Het leger doet alles op één minuut. Volgens [verdachte] moet de simkaart erin, en is er sprake van een netwerk. Er zijn drie wachtwoorden. Eén wachtwoord activeert, het andere wachtwoord stuurt de GPS-locatie en de derde zet het de lucht in. [verdachte] zegt: je verkoopt zo’n ding, stelt hem in op 30 seconden, met het idee dat zij hem gaan plaatsen, en tijdens het plaatsen gaan ze de lucht in. [betrokkene 5] en [verdachte] moeten lachen. [betrokkene 5] en [medeverdachte R.H.] zeggen beiden: BOEM. [verdachte] spreekt af dat de ander ervoor zorgt dat de handschoenen weg worden gegooid.

Het hof merkt op dat bovengenoemde ovc-gesprekken meerdere keren zijn uitgewerkt en dat de verschillende uitwerkingen niet exact woord voor woord overeenkomen, maar dat de uitwerkingen van de politie zijn gebruikt voor zover deze naar het oordeel van het hof voldoende overeenstemmen met de uitwerkingen van de interceptietolken, mede bezien in het licht van het overige bewijs.

Om 19.27 uur verlaten [verdachte] en [medeverdachte R.H.] het appartement aan de [locatie 2] . Zij komen aan bij de woning van [medeverdachte H.H.] aan het [locatie 3] te [plaats 3] omstreeks 23.38 uur. Op 5 juni 2019 omstreeks 00.25 uur rijdt de [automerk 8] via [plaats 5] naar [plaats 18] .

[medeverdachte H.P.] verklaart dat hij een kastje heeft gemaakt met een batterij, printplaatjes en een relais. Het was de bedoeling dat dit kastje zou werken als vertrager om een slagpijpje tot ontploffing te brengen. Hij heeft er een stuk of drie gemaakt. Bij het aanzetten loopt een timer af die was ingesteld op 1 minuut. Geconfronteerd met het afgeluisterde gesprek tussen [verdachte] , [medeverdachte R.H.] en [betrokkene 5] in de [locatie 2] te [plaats 17] verklaart [medeverdachte H.P.] dat de uitspraak over aansluiten op de computer betrekking heeft op de kastjes die hij heeft gemaakt, en dat de genoemde drie minuten hiermee overeenkomen. Over het ‘lampje dat gelijk gaat branden’, verklaart [medeverdachte H.P.] dat het ledje direct gaat branden wanneer je de schakelaar omzet. De uitspraken over ‘plaatjes die extern geïnstalleerd worden op de gewenste tijd’, over een simkaart en een netwerk, en over drie wachtwoorden, hebben volgens [medeverdachte H.P.] betrekking op de apparaatjes waar hij eerder mee bezig was.

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachten om explosieven met ontstekers en bijbehorende tijdschakelaars in Nederland te organiseren en uit te voeren naar België.

Immers, voorafgaand aan de reis naar [plaats 17] wordt de [automerk 8] twee keer opnieuw ingepakt, waarbij [medeverdachte R.H.] , onder toeziend oog van [medeverdachte H.H.] en [verdachte] , handschoenen draagt. Het achterlaten van vingerafdrukken of DNA moet kennelijk voorkomen worden, hetgeen duidt op wetenschap van illegale activiteiten. Vervolgens wordt zowel de loods aan de [locatie 5] als de woning van [medeverdachte H.P.] – de maker van de ontstekers- bezocht, voordat naar België wordt gereden.

In het appartement aan de [locatie 2] spreken [verdachte] en [medeverdachte R.H.] met [betrokkene 5] evident over de werking van een explosief en van een ontsteker met bijbehorende TPU. Uit hun gesprek is af te leiden dat deze voorwerpen op dat moment voor hen liggen. Aan het begin en einde van het gesprek blijkt dat zij handschoenen dragen en dat die adequaat moeten worden weggegooid. Ook dat duidt op het voorkomen van het achterlaten van sporen van betrokkenheid hierbij.

België: onderdeel [locatie 1]

Op 1 augustus 2019 is de woning van R. [betrokkene 4] , [locatie 1] te [plaats 17] doorzocht door de Belgische justitie. In de bergruimte is een plastic zak aangetroffen met daarin een [merk 18] pistool, gewikkeld in een blauwe plastic handschoen, en een plastic zak met munitie. Op de lader van het pistool is een DNA-spoor met een DNA-mengprofiel aangetroffen. Het DNA-profiel van [verdachte] matcht met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid met het DNA-mengprofiel dat werd gevonden op de lader van het [merk 18] pistool.

Uit de peilbakengegevens van de [automerk 6] ( [kenteken 4] ) blijkt dat deze [automerk 6] (auto op naam van een bedrijf van [medeverdachte H.H.] ): - op 30 december 2018 tussen 19:58 en 20:11 uur stil staat aan de [locatie 1] ; - in de avond en nacht van 3 op 4 januari 2019 nabij de [locatie 1] en in de Bouwensstraat in [plaats 17] is, op 3 minuten lopen van [hotel 1] . Hier zouden [betrokkene 4] en [betrokkene 5] in de periode 24 december 2018 tot 1 februari 2019 verblijven. Verder is [betrokkene 4] een frequente bezoeker van het adres [locatie 2] te [plaats 17] .

[betrokkene 4] heeft verklaard dat de wapenleveranciers wisten waar hij zat en dat er verschillende keren door hen is geleverd. Dat was zowel in [plaats 16] als in [plaats 21] als aan de [locatie 1] in [plaats 17] . Aan de [locatie 1] is onder meer een wapen met lader geleverd door de leveranciers.

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat [verdachte] meermalen in België is geweest en dat zijn DNA is aangetroffen op de lader van het [merk 18] -pistool aangetroffen aan de [locatie 1] in [plaats 17] . Uit de verklaring van [betrokkene 4] maakt het hof op dat het dezelfde leveranciers waren die hem de wapens leverden zowel in [plaats 16] als aan de [locatie 1] . Dit in samenhang bezien, brengt het hof tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat [verdachte] het [merk 18] -pistool heeft uitgevoerd naar België.

Conclusie feit 2- internationale wapenhandel

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen zoals hiervoor weergegeven, is het hof van oordeel dat het door verdachte medeplegen van het onder 2 ten laste gelegde, zonder erkenning in- en uitvoeren van (vuur)wapens en munitie van de categorie II en III, wettig en overtuigend bewezen is.

Feiten 3, 4 en 5 – handel, overdragen en voorhanden hebben van wapens in Nederland

De raadsman heeft ten aanzien van deze feiten vrijspraak bepleit van de onderdelen [betrokkene 7] , [plaats 2] en [plaats 1] omdat de betrokkenheid van verdachte zodanig beperkt is gebleven dat niet gesproken kan worden van medeplegen door verdachte.

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking waarbij de bijdrage van elk van de medeplegers voldoende substantieel is geweest.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt het hof het volgende af.

Onderdeel [betrokkene 7]

Uit de peilbakengegevens en de ovc-gesprekken met betrekking tot de [automerk 6] [kenteken 4] blijkt het volgende.

[verdachte] , [medeverdachte L.Z.] en [medeverdachte R.H.] rijden op 16 maart 2019 rond 16.00 uur in de [automerk 6] ( [kenteken 4] ) naar de woning van [medeverdachte H.H.] aan het [locatie 3] in [plaats 3] . Omstreeks 23.32 uur vertrekt de [automerk 6] weer richting [plaats 5] en stopt daar rond 00.20 uur. Omstreeks 00.32 uur zegt [verdachte] dat de telefoons op vliegtuigstand moeten. [verdachte] zegt: “Het is grappig…we knallen gewoon de 4 kogels hier af en dan rijden we weg.” De [automerk 6] is dan aan de [adres 2] te [plaats 5] . [verdachte] stapt uit. [medeverdachte R.H.] zegt: “hij zegt ook nog heel mooi…weet je wat grappig is … we schieten gewoon daar achter”. [verdachte] stapt weer in de auto.

Omstreeks 00.41 uur zegt [verdachte] dat hij wil schieten. [medeverdachte L.Z.] zegt: “Breng hem gewoon in, hij komt er wel achter, joh. Hij krijgt al een vet koopje he, met zijn -600 van mij.” [medeverdachte L.Z.] vraagt of dat ding echt zo goedkoop is. [verdachte] zegt dat hij er 300 of 400 voor heeft betaald. De [automerk 6] vertrekt tijdens dit gesprek. De [automerk 6] stopt en [verdachte] stapt uit. [medeverdachte R.H.] zegt: “Ik dacht dat het een pistool was.” [medeverdachte L.Z.] reageert: “Nee, joh … dit is zo’n … ding ja.” De [automerk 6] rijdt verder en staat weer stil. [medeverdachte R.H.] zegt: “Ik heb gewoon pistoolkogels, ja”. [medeverdachte L.Z.] zegt dat die hier ook in gaan. [medeverdachte R.H.] bevestigt desgevraagd dat het 9-mm’s zijn. [verdachte] stapt weer in en [medeverdachte L.Z.] vraagt hem: “Deze gun is voor 9 mm, toch?” [verdachte] vraagt waar de kogels zijn. [medeverdachte R.H.] zegt dat hij ze in de handschoen heeft gedaan. Hij heeft er veertien meegenomen. [medeverdachte L.Z.] zegt: “hij moest 24 … hij moest 20 hebben. Dat zei [medeverdachte H.H.] ”.

De [automerk 6] stopt om 01.03 uur aan de [locatie 6] te [plaats 22] . [verdachte] zegt: “Waar ik stop, stap gelijk allebei eruit … trek hem naar achteren en schiet gewoon de lucht in. (…) Maar ga maar naast op die gras staan.” [medeverdachte R.H.] zegt: “Ja, zodat die hulzen in die gras blijft zitten.” [medeverdachte L.Z.] vraagt: “Je kan hier gewoon twee keer achter elkaar schieten?” [verdachte] zegt: “Schiet maar twee keer”. [medeverdachte R.H.] vraagt: “moet nog wel gevuld worden toch?” Op instructie van [verdachte] wordt dan geschoten. Er zijn twee knallen kort na elkaar te horen. [verdachte] zegt: “snel snel snel!”. Er zijn weer twee knallen te horen. Daarna rijden zij weg.

Om 01.07 uur rijdt de [automerk 6] door de [locatie 7] in [plaats 5] . [medeverdachte L.Z.] zegt: “Volgens mij was het nummer 23”. [medeverdachte R.H.] vraagt: “Moet hij de rest van de kogels hebben?” [verdachte] bevestigt dat. Om 01.16 uur stopt de [automerk 6] op 50 meter afstand van de woning [locatie 7] 23. [verdachte] en [medeverdachte L.Z.] stappen uit. Om 01.50 uur zijn [verdachte] en [medeverdachte L.Z.] terug in de [automerk 6] . [medeverdachte L.Z.] duidt [verdachte] aan als “the boss”.

Het hof merkt op dat bovengenoemde ovc-gesprekken meerdere keren zijn uitgewerkt en dat de verschillende uitwerkingen niet exact woord voor woord overeenkomen, maar dat de uitwerkingen van de politie zijn gebruikt voor zover deze naar het oordeel van het hof voldoende overeenstemmen met de uitwerkingen van de interceptietolken, mede bezien in het licht van het overige bewijs.

Op 20 maart 2019 treedt de politie de woning aan de [locatie 7] te [plaats 5] binnen om de bewoner [betrokkene 7] aan te houden voor verboden wapenbezit. Bij de doorzoeking van de woning wordt een semi-automatisch kogelgeweer van het merk [merk 10] , 9 mm, met magazijn aangetroffen. Dit is een vuurwapen van de categorie III.

De politie heeft bij de [locatie 6] in [plaats 22] , waar de [automerk 6] op 17 maart 2019 om 01:03 uur is gestopt, gezocht en heeft daar drie hulzen gevonden. Volgens onderzoek door het NFI is het extreem veel waarschijnlijker dat deze hulzen met het bij [betrokkene 7] aangetroffen kogelgeweer zijn verschoten dan dat deze zijn verschoten met een ander vuurwapen van dit kaliber met dezelfde systeemkenmerken.

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachten om een wapen te verkopen en af te leveren aan [betrokkene 7] in de periode van 16 tot en met 17 maart 2019. [verdachte] heeft hierbij een leidende en daarmee een substantiële rol gehad. [medeverdachte R.H.] en [medeverdachte L.Z.] vragen steeds aan [verdachte] wat ze moeten doen en hoe ze te werk moeten gaan. [medeverdachte L.Z.] duidt [verdachte] ook aan als “the boss”.

Onderdeel [plaats 1]

- aantreffen explosief met ontsteker Op 1 juni 2019 omstreeks 00.35 uur wordt op de [locatie 8] te [plaats 1] een [automerk 9] ( [kenteken 7] ) gecontroleerd. Bestuurder en kentekenhouder is [betrokkene 8] . Bij onderzoek wordt in het dashboardkastje een zakje aangetroffen, inhoudend een telefoon ( [telefoonmerk 1] , [IMEI-nummer 4] ), een 9-volt batterij en een rood/zwarte elektriciteitsdraad met aan één uiteinde een grijs metalen stokje. Dit is volgens het Team Explosieven Verkenning een ontstekingsmiddel voor explosieven. Op de achterbank ligt een Lidl-tas met vier blokken kneedbare springstof van ongeveer 300 gram.

Volgens onderzoek van het NFI zou de telefoon uitsluitend via de jackplug op de schakeling kunnen worden aangesloten. Nu echter de jackplug niet is aangesloten op de rest van de schakeling, kan de telefoon de schakeling niet beïnvloeden. De telefoon kan op deze manier geen rol spelen in de eventuele werking van de schakeling. De aluminium cilinder vertoont overeenkomsten met een slagpijpje, maar functioneert niet als zodanig. De elektronica is niet bruikbaar vanwege een niet-elektrisch verbonden punt A. Punt A is oorspronkelijk verbonden geweest, maar mogelijk losgeraakt. Indien dit klopt, zou dit direct leiden tot ontploffing bij aansluiting van de 9-volt batterij. De cilinder is hoe dan ook niet geschikt om de springstof tot ontploffing te brengen. De schakeling, die zich aan de cilinder bevond, functioneert door een niet elektrisch verbonden punt evenmin. Zou dit punt alsnog elektrisch worden verbonden, dan zal een deugdelijk slagpijpje direct afgaan zodra een 9-volt batterij wordt aangesloten op de schakeling. De circa 0,3 kilogram kneedbare springstof is van het type [merk 14] . Deze springstof is niet heel gevoelig en heeft een slagpijpje nodig om het tot ontploffing te brengen.

Er zijn DNA-sporen aangetroffen op het slagpijpje, de stekkertjes en delen van het snoer. Het NFI heeft deze DNA-sporen onderzocht en een match gevonden met het DNA-profiel van [verdachte] . Op de buitenzijde van de pakketjes springstof zijn DNA-sporen aangetroffen. Het NFI heeft deze DNA-sporen onderzocht en een match gevonden met het DNA-profiel van [medeverdachte H.P.] . Voorts zijn DNA-nevenkenmerken aangetroffen van minimaal drie personen, waaronder [medeverdachte L.Z.] en minimaal twee onbekenden. Het is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA zou bevatten van [medeverdachte L.Z.] en een willekeurige onbekende, dan wanneer de bemonstering DNA zou bevatten van twee willekeurige onbekenden. Op de binnenzijden van de doorzichtige folies vindt het NFI een DNA-profiel van minimaal één man, dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte L.Z.] . Op de hengsels van de Lidl-tas wordt een DNA-match gevonden met [medeverdachte L.Z.] .

Op de binnen- en buitenkant van de Lidl-tas zijn 14 dactyloscopische sporen vastgelegd. Sporen #D07, #D09, #D11 en #D12 zijn geïndividualiseerd op [medeverdachte R.H.] . Spoor #D05 op de buitenzijde van de tas is mogelijk afkomstig van [betrokkene 9] .

Uit historische verkeersgegevens van de IMEI van de [telefoonmerk 1] telefoon blijkt dat het telefoonnummer van [medeverdachte G.S.] ( [telefoonnummer 2] ), de vriendin van [verdachte] , van 21 april tot en met 19 mei 2019 in dit toestel zat. Ook blijkt dat telefoonnummer [telefoonnummer 3] op 31 mei 2019 om 00.09 uur contact maakt met het toestel. De telefoon straalt dan een mast aan in [plaats 7] nabij de woning van [medeverdachte H.P.] . Uit camerabeelden blijkt dat [verdachte] en [medeverdachte R.H.] dan bij [medeverdachte H.P.] zijn. Het telefoonnummer [telefoonnummer 4] , in gebruik bij [verdachte] , komt dan qua locatie overeen met de locatie van nummer [telefoonnummer 3] .

- tijdlijn Tussen 30 mei 2019 en 1 juni 2019 zijn de bewegingen van de verdachten beschreven aan de hand van peilbakens, tapgesprekken, camerabeelden en historische verkeersgegevens.

Op 30 mei 2019 om 21.57 uur belt [verdachte] met [medeverdachte H.P.] . [medeverdachte H.P.] zegt dat hij de ontstekers aan de gang heeft, alleen dat tijddingetje nog niet dus het wordt sowieso niet vanavond. [verdachte] zegt: “ohoo, nee, we moeten vanavond doen, moeten die kant op. Ik kom zo bij jou en dan verzinnen we wel snel wat anders…” [medeverdachte H.P.] vindt het best. De telefoon van [verdachte] blijft die nacht in de omgeving van [plaats 7] .

Op 31 mei 2019 om 11.07 uur belt [verdachte] weer met [medeverdachte H.P.] . In dat gesprek vraagt [medeverdachte H.P.] om een lijstje te maken van benodigde elektrische onderdelen om “vijf van die tijd dingen of ietsjes meer van die dingen” te maken. [verdachte] zegt “richting stad ophalen gelijk.” [medeverdachte H.P.] zegt dat hij het zal doorsturen.

Die dag omstreeks 12.00 uur arriveren [verdachte] , [medeverdachte R.H.] en [medeverdachte L.Z.] in de [automerk 8] ( [kenteken 6] ) bij de woning van [medeverdachte H.H.] aan het [locatie 3] . Vijf minuten later rijden [verdachte] en [medeverdachte R.H.] weer weg. De auto rijdt naar het centrum van [plaats 5] . De telefoon van [verdachte] blijft in [plaats 5] , terwijl de auto doorreist. De auto, vermoedelijk enkel bestuurd door [medeverdachte R.H.] , is van 13.35 tot 13.45 in [plaats 8] . De auto rijdt terug via de [locatie 5] te [plaats 5] en is om 15.04 uur terug bij de woning van [medeverdachte H.H.] . [medeverdachte H.H.] loopt meerdere keren op en neer naar de oprit.

Om 15.39 uur belt [verdachte] met [medeverdachte R.H.] . [medeverdachte R.H.] zegt dat hij met spoed naar die winkel moet om stekkers te kopen voor [medeverdachte H.P.] . [verdachte] zegt dat hij dat weet en vraagt [medeverdachte R.H.] naar de loods te rijden en hem op de parkeerplek te ontmoeten.

De auto is tussen 16.31 en 16.35 uur weer aan de [locatie 5] . Daarna rijdt de auto via het centrum van [plaats 5] naar [plaats 7] . Om 17.46 uur komen [verdachte] en [medeverdachte R.H.] bij de woning van [medeverdachte H.P.] aan. Ze gaan de schuur bij die woning binnen.

Om 18.06 uur belt [verdachte] met [medeverdachte G.S.] over een telefoon van type [telefoontype] die een trilfunctie heeft. Omstreeks 18.30 uur vertrekken [verdachte] en [medeverdachte R.H.] weer, terwijl [medeverdachte H.P.] in de deuropening van zijn schuur staat.

Omstreeks 19.04 uur komt de auto aan bij de woning van [medeverdachte H.H.] . [medeverdachte H.H.] loopt direct naar de auto toe. Daarna lopen [medeverdachte R.H.] en [medeverdachte H.H.] gezamenlijk naar de woning. [medeverdachte H.H.] heeft een gele plastic tas in handen. Om 19.47 uur vertrekken [verdachte] , [medeverdachte R.H.] en [medeverdachte L.Z.] in de auto. Omstreeks 20.16 uur komen zij bij [medeverdachte H.P.] aan. Om 20.52 uur belt [medeverdachte G.S.] met [verdachte] om te vragen hoe laat hij thuis is. [verdachte] zegt dat hij [medeverdachte L.Z.] over een kwartier afzet; daarna moet hij naar [plaats 23] . Op de terugweg uit [plaats 23] moet hij nog langs [plaats 24] .

Om 21.01 uur vertrekt de auto vanaf de woning van [medeverdachte H.P.] . Om 21.08 uur stopt de auto bij de verblijfplaats van [medeverdachte G.S.] . [medeverdachte L.Z.] is hier afgezet.

Om 22.23 uur belt [medeverdachte G.S.] met [verdachte] . [verdachte] en [medeverdachte R.H.] zitten samen in de auto en rijden richting [plaats 1] . Rond 23.15 uur gaan zij op de terugreis. [medeverdachte R.H.] wordt op 1 juni 2019 rond 00.13 uur afgezet bij zijn vriendin in [plaats 24] . De auto arriveert op 1 juni 2019 om 00.36 uur bij de woning van [medeverdachte H.H.] . [verdachte] loopt naar de woning en komt twintig minuten later met [medeverdachte H.H.] naar buiten.

- [betrokkene 9] De bestuurder van de [automerk 9] , [betrokkene 8] , heeft verklaard dat hij bij iemand in [plaats 1] was geweest. Uit gegevens van één van zijn telefoons blijkt dat slechts één van zijn contacten een relatie heeft met [plaats 1] , te weten [telefoonnummer 5] op naam van [naam 1] , [adres 5] te [plaats 1] . Op dit adres staat ingeschreven: [betrokkene 9] . [betrokkene 8] heeft contact gehad met zijn nummer op 16 mei, 31 mei en 1 juni 2019.

De connectie tussen [betrokkene 9] uit [plaats 1] en [medeverdachte H.H.] is [naam 7] . Op 20 januari 2019 is [naam 7] gebeld door [betrokkene 9] (gebruik makend van [telefoonnummer 5] ).

Op 17 mei 2019 omstreeks 16.54 uur zijn [medeverdachte R.H.] , [naam 7] , [verdachte] en [medeverdachte L.Z.] bij de woning van [medeverdachte H.H.] aan het [locatie 3] . Om 17.28 uur komen twee mannen aan in een auto op naam van [betrokkene 11] . De twee mannen zijn zeer vermoedelijk [betrokkene 11] en [betrokkene 9] . Om 17.45 uur komt [naam 7] met [betrokkene 9] naar buiten, gevolgd door [medeverdachte H.H.] .

Op 20 mei 2019 komt [naam 7] aan op het [locatie 3] om 17.37 uur. Omstreeks 18.39 uur arriveert ook de auto op naam van [betrokkene 11] . De twee inzittenden zijn zeer vermoedelijk [betrokkene 11] en [betrokkene 9] . Omstreeks 19.20 uur vertrekken eerst de beide mannen; vervolgens vertrekt [naam 7] ook.

Op 31 mei 2019 om 18.22 uur belt [betrokkene 9] met [naam 7] . [betrokkene 9] zegt dat hij er helemaal klaar mee is, dat de afspraak elke keer wordt verzet en dat hij het geld nooit van tevoren had moeten geven. Hij vraagt [naam 7] om uit te zoeken wat er gaande is, want hij is via [naam 7] bij hen gekomen. Die dag om 18.33 uur belt [naam 7] met [verdachte] . [naam 7] vraagt of [verdachte] om 7 uur kan gaan rijden naar diegene. Diegene wordt ook aldoor gek gebeld door die mensen.

Op 1 juni 2019 om 17.07 uur belt [betrokkene 9] met [naam 7] . [betrokkene 9] klaagt dat zij pas om elf uur zijn gekomen, terwijl zij de hele dag de tijd hadden. Hij had al een slecht voorgevoel. Hij heeft de tas bekeken en aangeraakt. Toen is de ander weggegaan en gelijk boem.

Op 1 juni 2019 om 23.25 uur belt [betrokkene 9] ook met [verdachte] . [betrokkene 9] zegt dat het fucking shit is, want één zit binnen. [betrokkene 9] zegt ook dat hij die zak heeft aangeraakt.

Op 3 juni 2019 om 19.45 uur belt [medeverdachte H.H.] met [betrokkene 9] . [medeverdachte H.H.] vraagt hoe het gaat. Hij wist van niets en heeft het net gehoord. [betrokkene 9] stelt dat [medeverdachte H.H.] moet komen, maar [medeverdachte H.H.] zegt dat hij op de telex staat en thuis moet blijven. Als [betrokkene 9] hem wil zien, moet [betrokkene 9] maar naar [medeverdachte H.H.] komen. [betrokkene 9] zegt dat dat het nadeel is als je je om kwart voor elf of elf uur gaat bewegen. Dat kan eigenlijk niet. [medeverdachte H.H.] zegt dat van tevoren gezegd moet worden dat je niet op dat soort tijden wilt afspreken, want ‘wij rijden 24 uur per dag’.

Het hof merkt op dat bovengenoemde gesprekken meerdere keren zijn uitgewerkt en dat de verschillende uitwerkingen niet exact woord voor woord overeenkomen, maar dat de uitwerkingen van de politie zijn gebruikt voor zover deze naar het oordeel van het hof voldoende overeenstemmen met de uitwerkingen van de interceptietolken, mede bezien in het licht van het overige bewijs.

- verklaringen medeverdachten [medeverdachte R.H.] verklaart dat hij het tasje met explosieven naar [plaats 1] heeft gereden. Het tasje is overgedragen bij McDonald’s in [plaats 1] . Hij wist dat dit niet ging werken met die ontsteker, omdat de maker, [medeverdachte H.P.] , hem dat voor de overdracht had verteld.

[medeverdachte L.Z.] verklaart dat de in [plaats 1] aangetroffen telefoon van hem is en dat “we de kopjes van de draadjes hebben gehaald.” [medeverdachte L.Z.] verklaart dat hij de in [plaats 1] aangetroffen explosieven in handen heeft gehad. De tas lag in de woning van [medeverdachte H.H.] . [medeverdachte H.P.] werkte in opdracht van [medeverdachte H.H.] .

[medeverdachte H.P.] heeft verklaard dat hij [medeverdachte H.H.] al jaren kent en dat [medeverdachte H.H.] loopjongens had die alles voor hem deden. Het initiatief om voor het eerst naar een wapen te kijken kwam van [medeverdachte H.H.] . [medeverdachte H.P.] verklaart dat hij meestal naar [plaats 3] ging nadat [medeverdachte H.H.] hem appte. Dan vroeg [medeverdachte H.H.] hem ergens naar te kijken. Ook later bepaalde [medeverdachte H.H.] via welke app zij contact hadden. [verdachte] kwam bij [medeverdachte H.P.] (illegale) spullen brengen, omdat [medeverdachte H.H.] niet zo mobiel was. Later appte ook [verdachte] met [medeverdachte H.P.] . [medeverdachte H.H.] heeft [medeverdachte H.P.] gevraagd een afstandsbediening te maken. [medeverdachte H.H.] had die nodig; het ging om explosieven. [medeverdachte H.P.] vond het niet prettig dat in die nacht vier mannen aan zijn deur kwamen; hij belde [medeverdachte H.H.] om te zeggen dat hij niet meer zoveel mensen op de stoep wilde hebben. Uit het dossier volgt dat deze verklaring van [medeverdachte H.P.] ziet op de nacht van 1 april 2019, toen [verdachte] , [medeverdachte A.G.] , [medeverdachte R.H.] en [medeverdachte L.Z.] bij hem thuis kwamen met drie telefoons. [medeverdachte H.P.] verklaart dat hij de explosieven, aangetroffen in [plaats 1] , heeft gezien. [verdachte] liet hem die zien. Hij heeft in de tas met explosieven gekeken en aan de buitenkant geknepen. [medeverdachte R.H.] was er ook bij. “Ze zeiden dat dit boem deed.” [medeverdachte H.P.] is bezig geweest met de aangetroffen telefoon met draadjes en cilinder. De schakeling werkte niet en dat heeft hij hen ook verteld.

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat [verdachte] , [medeverdachte R.H.] , [medeverdachte L.Z.] , [medeverdachte H.P.] en [medeverdachte H.H.] nauw en bewust hebben samengewerkt om een ontsteker met explosieven te organiseren, te verhandelen en over te dragen in [plaats 1] in de periode van 16 mei 2019 tot en met 1 juni 2019. [verdachte] is van het begin tot het eind nauw betrokken bij de uitvoering deze feiten. Hij heeft hierbij een grote, deels organiserende rol gespeeld. Het is naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] medepleger is van deze feiten.

Onderdeel Pseudokoop 1

Pseudokoper S141 is via de zoekfunctie in de applicatie Telegram uitgekomen bij de chatgroep “Wapen groep 2.0”. Op 17 januari 2020 ziet S141 dat gebruiker NHT ( [medeverdachte H.H.] ) op 16 januari 2020 omstreeks 19.11 uur een video heeft gepost van een lange-afstandswapen, met de tekst: “Laatste zonder kijker 4200”. Desgevraagd geeft NHT op 17 januari 2020 rond 10.37 uur aan dat hij er nog één heeft liggen met patronen. In het chatgesprek geeft NHT aan dat na de eerste koop ook andere wapens geleverd kunnen worden. Hij stuurt een foto van raketwerpers, AK47’s en handgranaten. Als wapens kapot zijn, kunnen zij die repareren. Er volgt een koopovereenkomst voor dit wapen ( [merk 1] .308) met munitie voor € 3.900,00. De levering zal plaatsvinden op 20 januari 2020 rond 20.30 uur bij het [hotel 2] aan de [locatie 9] in [plaats 6] .

Blijkens camerabeelden komen op 20 januari 2020 om 18.53 uur twee personen, lijkend op [medeverdachte J.B.] en een vrouw, aanrijden bij de Kringloopwinkel in de [automerk 5] ( [kenteken 8] ). Omstreeks 19.05 uur lopen zij de Kringloopwinkel in. Vervolgens bekijken [verdachte] en [medeverdachte J.B.] de [automerk 1] ( [kenteken 9] ) met een zaklamp. [medeverdachte J.B.] rijdt de [automerk 1] om 19.41 uur dichterbij de Kringloopwinkel en gaat de winkel weer in.

Blijkens camerabeelden verlaten [verdachte] en [medeverdachte J.B.] om 19.53 uur de Kringloopwinkel. [medeverdachte J.B.] draagt een langwerpig voorwerp van ongeveer 1,5 meter lengte, dat aan het zicht wordt onttrokken door een zwarte tas of doek. Het voorwerp wordt op de achterbank van de [automerk 5] gelegd. [verdachte] neemt plaats als bestuurder en [medeverdachte J.B.] als bijrijder.

Het telefoonnummer [telefoonnummer 6] in gebruik bij [medeverdachte J.B.] straalt om 20.16 uur aan in [plaats 6] . Het telefoonnummer [telefoonnummer 7] in gebruik bij [verdachte] straalt om 20.22 en 20.39 uur aan in [plaats 6] .

Omstreeks 20.25 uur op 20 januari 2020 meldt NHT dat hij ter plaatse is en geeft door: “Grijze [automerk 10] ”. Rond 20.34 uur geven pseudokopers S141 en S142 door aan NHT dat zij ook ter plekke zijn. Daarop vraagt NHT hen om een foto te sturen van de locatie. Pseudokoper S141 maakt twee foto’s en stuurt die via Telegram aan NHT. [medeverdachte H.H.] stuurt deze twee foto’s om 20.37 uur via WhatsApp door aan [medeverdachte J.B.] .

Na enkele minuten parkeert een grijze [automerk 5] naast de auto van de pseudokopers. De bestuurder, naar later blijkt [verdachte] , maakt contact. De bijrijder blijkt later [medeverdachte J.B.] te zijn. De pseudokopers zien dat [verdachte] op zijn mobiele telefoon een foto van de locatie heeft die S141 eerder had verstuurd aan NHT. [verdachte] geeft de telefoon aan [medeverdachte J.B.] . Op hun vraag wijst [verdachte] naar de achterbank, waar een lang voorwerp onder een deken ligt. Pseudokoper S142 ziet een voorwerp, gelijkend op een lange-afstandswapen. [verdachte] geeft aan dat hij een demper en scope kan regelen, maar ook ‘appels’. [medeverdachte J.B.] overhandigt het wapen aan pseudokoper S141 en [verdachte] telt het door S141 betaalde geld. Tijdens het tellen verschijnt op het display een inkomende oproep met de naam “ [medeverdachte H.H.] ”. [medeverdachte J.B.] pakt zijn telefoon, reageert met “ja” en hangt weer op. [verdachte] vertelt dat het contact via Telegram niet via hem, maar via zijn broer verloopt.

Om 20.57 uur stuurt [medeverdachte H.H.] via WhatsApp aan [medeverdachte J.B.] : “App me als je op terugweg bent”. [medeverdachte J.B.] reageert om 20.58 uur met: “Ben op terugweg”.

De telefoonnummers van [verdachte] en [medeverdachte J.B.] stralen om 21.05 uur weer aan in [plaats 3] . Omstreeks 21.08 uur ontvangt [medeverdachte H.H.] blijkens camerabeelden [verdachte] en [medeverdachte J.B.] weer in de Kringloopwinkel.

Op de telefoon van [medeverdachte H.H.] is een foto aangetroffen van verscheurde bankbiljetten van 100 euro (nummers [biljetnummer 1] , [biljetnummer 2] en [biljetnummer 3] ) en 50 euro ( [biljetnummer 4] ). Onder meer met deze vier bankbiljetten hebben de pseudokopers voor het vuurwapen betaald. Twee van deze bankbiljetten ( [biljetnummer 1] en [biljetnummer 3] ) zijn bij doorzoeking ook aangetroffen in de kluis van de Kringloopwinkel.

Het wapen blijkt bij onderzoek een geweer van het merk [merk 1] , kaliber .308 Winchester inclusief magazijn. Dit is een vuurwapen van categorie III, dat [naam 10] -gesignaleerd is als een gestolen wapen. De munitie is van categorie III, namelijk 44 patronen [merk 2] , full metal jacket, kaliber .308 Winchester.

Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachten om een vuurwapen en munitie van de categorie III te verhandelen en over te dragen in [plaats 6] op 20 januari 2020. [verdachte] heeft een grote rol gespeeld bij de uitvoering van deze feiten. Het is naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] medepleger is van deze feiten.

Onderdeel [plaats 2]

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt het hof het volgende af.

Vanaf 17 februari 2020 heeft [medeverdachte H.H.] via het Telegram-account [accountnaam] (NHT) contact met het account ‘ [chatnaam 1] ’ (naar later blijkt: [betrokkene 12] ). Vanaf 20 februari 2020 wordt tussen hen onderhandeld over een aankoop van een [merk 4] -machinepistool met demper en een [merk 5] -pistool voor een prijs van 4400 door [medeverdachte H.H.] . Op 23 februari 2020 spreken zij via de chat af dat [medeverdachte H.H.] de wapens de volgende dag komt ophalen bij [betrokkene 12] op het adres [adres 6] in [plaats 2] .

Uit de peilbakengegevens van de [automerk 5] (auto van [medeverdachte M.K.] ) blijkt dat deze auto op maandag 24 februari 2020 arriveert bij de woning van [medeverdachte H.H.] aan het [locatie 3] in [plaats 3] . Vervolgens vertrekken [medeverdachte M.K.] en [medeverdachte H.H.] in de [automerk 5] richting [plaats 2] .

[medeverdachte H.H.] onderhoudt onderweg via Telegram contact met [betrokkene 12] over de route en de aankomsttijd. Om 16:03 uur stuurt hij een foto van de garage aan de [adres 6] te [plaats 2] aan [betrokkene 12] en vraagt of hij goed staat.

Omdat er nog op iemand gewacht moet worden in verband met het geld, vertrekken [medeverdachte M.K.] en [medeverdachte H.H.] weer. ’s Avonds om 19:48 uur bericht [medeverdachte H.H.] aan [betrokkene 12] dat hij er over vijf minuten weer is. [betrokkene 12] instrueert [medeverdachte H.H.] de garage in te rijden.

Blijkens de peilbakengegevens van de [automerk 5] komen zij om 20:02 uur weer aan op de [adres 6] in [plaats 2] .

De telefoonnummers die bij [medeverdachte H.H.] ( [telefoonnummer 1] ) en [medeverdachte M.K.] ( [telefoonnummer 8] ) in gebruik zijn volgen de hele route van het peilbaken in de [automerk 5] .

[betrokkene 12] heeft bij de politie verklaard dat NHT bij hem een [merk 4] met een demper en een [merk 5] ( [merk 5] ) heeft gekocht. Hij had met NHT afgesproken op 24 februari 2020 in de middag in de garage aan de [adres 6] in [plaats 2] . NHT was er ’s middags al, maar toen had hij nog maar de helft van het geld. ’s Avonds kwam NHT weer terug, samen met een donkere jongen. Zijn auto stond voor de garage. [betrokkene 12] is bij hen in de auto gestapt en in de auto heeft zowel de overdracht van het wapen als de afhandeling van het geld plaatsgevonden.

De politie heeft de PGP-telefoon van [medeverdachte M.K.] ( [telefoonmerk 2] ) onderzocht en heeft daarin een aantal chats aangetroffen. Tussen 22 en 27 februari 2020 worden er een aantal chatberichten uitgewisseld over wapens tussen [medeverdachte M.K.] en een gebruiker met de naam “ [chatnaam 2] ”. Op 22 februari 2020 chat [medeverdachte M.K.] aan [chatnaam 2] : “Na weekend komen onze wapens bro ok” en “Maar gped zodra na weekend er is stuur ik chauf jou kant met wapen ok”.

Op 24 februari 2020 tussen 23:39 en 23:42 uur zegt [medeverdachte M.K.] in de chat tegen “ [chatnaam 2] ”: “We hebben vandaag [merk 4] met demper gehaald (…) Echt mooi ding.”.

Door de politie is gerelateerd dat de [merk 5] een halfautomatisch pistool is.

Een [merk 4] -machinepistool is een automatisch vuurwapen.

Een automatisch vuurwapen is een vuurwapen van de categorie II onder 2 en een halfautomatisch vuurwapen is een vuurwapen van de categorie III onder 1.

Het hof stelt op grond van het vorenstaande vast dat verdachte niet als medepleger betrokken is geweest bij de wapenhandel tussen [medeverdachte H.H.] , [medeverdachte M.K.] en [betrokkene 12] in [plaats 2] . Het hof zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van feit 3.

Onderdeel Pseudokoop 2

Via Telegram krijgt de politie-pseudokoper met codenaam S141 (gebruikersnaam: [naam 8] ) contact met [medeverdachte H.H.] (NHT). [medeverdachte H.H.] chat op 28 januari 2020 aan S141 dat hij vijf leveranciers heeft. Van twee leveranciers zijn er volle auto’s op weg. De buizen komen van een andere leverancier. Er komen auto’s binnen met korte en lange. [medeverdachte H.H.] weet nooit van tevoren wat er precies in zit.

Op vrijdag 21 februari 2020 chat [medeverdachte H.H.] aan S141 dat zij dinsdag misschien al dingen kunnen regelen. Op maandag 24 februari 2020 vraagt [medeverdachte H.H.] via de chat aan S141 wat hij nodig heeft, zodat hij dat apart kan leggen. [medeverdachte H.H.] geeft aan dat hij een buis, een AK en een HK 180 schots met demper voor S141 heeft. [medeverdachte H.H.] geeft aan S141 aan dat hij een foto zal sturen van de HK 180 shots. Deze foto stuurt hij ook aan S141.

[medeverdachte M.K.] chat op maandag 24 februari 2020 tussen 23:21 en 23:33 uur aan [chatnaam 2] dat hij donderdag zijn [merk 15] krijgt, dat woensdag de eerste lading binnenkomt en de volgende week de tweede lading, maar dat hij [chatnaam 2] alvast de [merk 15] geeft.

Op 24 februari 2020 om 23:29 uur stuurt [medeverdachte M.K.] een foto naar [chatnaam 2] . [medeverdachte M.K.] bericht vervolgens aan [chatnaam 2] : “Deze krijgen we ook. (…) Bro gaan 180 kogels in eem trommel”.

Op 24 februari 2020 tussen 23:34 en 23:36 uur bericht [medeverdachte M.K.] aan [chatnaam 2] : “Ga morgem bij een oude molukse man een buis kopen voor 2 kop. Raketwerper. Hij had geld nodig. (….) Mijn maat gaat mee. (…) Die wapenkenner. Nee gewoon een echte buis. Die Russische. Die hadden wij toen ook. Die bood ik je ook aam destijds. (..) Ik verkoop die buis meteen door voor 3800”.

Pseudokoper S141 relateert dat binnen het criminele circuit een ‘buis’ bekend staat als een raketwerper.

Op 24, 25 en 26 februari 2020 onderhandelen [medeverdachte H.H.] en S141 via Telegram over de verkoop door [medeverdachte H.H.] aan S141 van een buis, een AK en een 180-shots HK nieuw model met ssd demper. Afgesproken wordt dat [medeverdachte H.H.] deze zal leveren voor € 9.000,00. [medeverdachte H.H.] bericht op woensdag 26 februari 2020 dat de wapens de komende nacht door een maat worden opgehaald.

Op 27 februari 2020 om 09.34 uur spreken [medeverdachte H.H.] en S141 af die avond om 21.00 uur op dezelfde plek als de vorige keer.De vorige keer (pseudokoop 1) was op 20 januari 2020 op het parkeerterrein van [hotel 2] gevestigd aan de [locatie 9] te [plaats 6] .

De camera bij de woning van [medeverdachte H.H.] aan het [locatie 3] 1 te [plaats 3] registreert dat de auto van [medeverdachte M.K.] ( [automerk 5] ) op 27 februari 2020 tussen 09.38 en 09.40 uur naast de woning van [medeverdachte H.H.] staat.

[medeverdachte M.K.] chat om 10.48 uur aan [chatnaam 2] dat de wapens vannacht zijn opgehaald door “die yoegoe van ons”, dat hij straks de tijd doorgeeft hoe laat de [merk 15] gehaald kan worden en dat hij die [merk 15] voor hem apart heeft gelegd.

Om 14.00 uur komt [medeverdachte M.K.] aan bij de kringloopwinkel aan de [adres 7] te [plaats 3] . Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij eigenaar is van deze kringloopwinkel, maar het per 1 januari 2020 heeft verhuurd aan [medeverdachte H.H.] . [medeverdachte M.K.] runt samen met [medeverdachte H.H.] deze kringloopwinkel. Medeverdachte [medeverdachte J.B.] is de bedrijfsleider van de kringloopwinkel.

Om 15:32 uur heeft [medeverdachte M.K.] in de kringloopwinkel een gesprek met [verdachte] . Dit gesprek is door de politie opgenomen. [medeverdachte M.K.] hoort van [verdachte] dat de afspraak die avond bij [hotel 2] is. [medeverdachte M.K.] wordt boos omdat er bij [hotel 2] is afgesproken omdat daar sprake is van kentekenregistratie. Het hof merkt hierbij op dat dit ovc-gesprek meerdere keren is uitgewerkt en dat het niet exact woord voor woord overeenkomt, maar dat in alle uitwerkingen het gesprek wordt weergegeven zoals hiervoor is beschreven.

Het peilbaken van de auto van [medeverdachte M.K.] geeft aan dat [medeverdachte M.K.] om 17.45 uur van de kringloopwinkel vertrekt en via [plaats 25] naar zijn woning in [plaats 26] rijdt en daar om 20:20 uur aankomt.

Om 18:26 uur heeft [medeverdachte M.K.] Whatsappcontact met [medeverdachte H.H.] . Hij appt [medeverdachte H.H.] : “Aub geen [hotel 2] ”. [medeverdachte H.H.] antwoordt dat dit al is afgesproken.

Uit de camerabeelden bij de kringloopwinkel in [plaats 3] blijkt dat op 27 februari 2020 omstreeks 19:09 uur [medeverdachte J.B.] in zijn auto aan komt rijden met [medeverdachte H.H.] als passagier. Beiden gaan de kringloopwinkel binnen.

Op de [telefoonmerk 3] van [medeverdachte H.H.] zijn foto’s aangetroffen van 27 februari 2020 tussen 19:16 en 19:18 uur. Het betreffen detailopnames van twee machinegeweren en twee pistolen.

Om 19.23 uur is er een gesprek hoorbaar in de kringloopwinkel tussen [verdachte] en [medeverdachte H.H.] . In de geluidsopnames daarvan zijn geluiden van handelingen met een wapen hoorbaar en wordt er door [medeverdachte H.H.] gezegd dat ze er zo meteen negenduizend voor betalen.

Om 19.29 uur stuurt [medeverdachte H.H.] het volgende bericht aan pseudokoper S141: “Men maat komt weer, ben er zelf niet”.

[medeverdachte M.K.] stuurt om 20:40 uur een foto naar [chatnaam 2] en chat aan hem: “Ppsst… jou wapen”. [chatnaam 2] vraagt [medeverdachte M.K.] waar het gehaald moet worden en dat hij dan morgen iemand stuurt. [medeverdachte M.K.] antwoordt dat het in [plaats 26] gehaald kan worden.

Het peilbaken geeft aan dat [medeverdachte M.K.] om 20.47 uur in zijn auto wegrijdt uit [plaats 26] en op 20:58 uur aankomt in [plaats 6] en daar stil staat op de [locatie 10] . Het observatieteam ter plaatse neemt de auto van [medeverdachte M.K.] waar daar, herkent [medeverdachte M.K.] en ziet dat hij alleen in de auto zit.

Het observatieteam van de politie neemt waar dat op 27 februari 2020 omstreeks 20.34 uur [medeverdachte G.S.] en [verdachte] de kringloopwinkel in [plaats 3] uitlopen. [verdachte] heeft een langwerpige tas in zijn hand. Zij lopen naar de personenauto [automerk 11] met kenteken [kenteken 10] . Er wordt iets op de achterbank gelegd. Zij rijden samen in de [automerk 11] weg. [verdachte] bestuurt de [automerk 11] .

Om 21:00 uur parkeert [verdachte] de [automerk 11] aan de [locatie 10] te [plaats 6] . [verdachte] stapt uit en loopt naar de [automerk 5] van [medeverdachte M.K.] , die daar al stond. [verdachte] stapt bij [medeverdachte M.K.] in de [automerk 5] en ze rijden weg. De [automerk 5] stopt om 21.05 uur op de parkeerplaats van [hotel 2] aan de [locatie 9] te [plaats 6] . [verdachte] en [medeverdachte M.K.] maken daar contact met de inzittenden van een blauwe personenauto (de pseudokopers) en vertrekken weer.

Zij gaan terug naar de [locatie 10] in [plaats 6] . Daar stapt [verdachte] uit de [automerk 5] en stapt weer in de [automerk 11] . Beide auto’s rijden weg.

De [automerk 11] rijdt vervolgens naar de parkeerplaats van [hotel 2] aan de [locatie 9] te [plaats 6] en stopt daar. De [automerk 5] staat dan geparkeerd aan de [locatie 9] ter hoogte van perceel [locatie 9] .

Pseudokopers S141 en S142 relateren dat zij op 27 februari 2020 omstreeks 20:58 uur op de parkeerplaats van [hotel 2] aan de [locatie 9] te [plaats 6] zijn. S141 heeft via Telegram aan de kopers door dat zij er zijn. Omstreeks 21:04 uur zien zij de [automerk 5] aankomen en naast hen parkeren. Ze herkennen de bijrijder als [verdachte] . Ze herkenden hem van de vorige pseudokoop op 20 januari 2020.

Op aangeven van de bestuurder van de [automerk 5] ( [medeverdachte M.K.] ) stappen zij in de [automerk 5] . S141 vraagt dan aan [verdachte] en [medeverdachte M.K.] of de spullen achterin de auto liggen. [medeverdachte M.K.] antwoordt hierop dat de spullen op een andere parkeerplaats liggen en dat de locatie [hotel 2] niet goed is vanwege camera’s en politie. [medeverdachte M.K.] zegt dat de buis in Deventer ligt.

S141 en S142 geven dan aan niet naar een andere locatie te willen gaan en dat [verdachte] en [medeverdachte M.K.] die dingen moeten gaan halen. S141 en S142 zien [verdachte] en [medeverdachte M.K.] dan vertrekken in de [automerk 5] .

Enkele minuten later komt [verdachte] terug. Hij rijdt dan in de [automerk 11] . Op de bijrijdersstoel zien S141 en S142 een persoon met de capuchon over het hoofd ( [medeverdachte G.S.] ). [verdachte] stapt uit, wijst dan naar twee donkere zakken op de grond achter de bijrijdersstoel en zegt: “het ligt daar”. [verdachte] maakt vervolgens de zakken open. [verdachte] haalt dan een langwerpig apparaat, gelijkend op een automatisch vuurwapen merk AK-47, uit een zak. Op het moment dat [verdachte] de andere zak pakt, vindt aanhouding door de politie plaats. Ook [medeverdachte M.K.] wordt aangehouden.

In de [automerk 11] waarin [verdachte] reed worden door de politie de volgende wapens aangetroffen:

een machinepistool merk [merk 6] , kaliber .22 LR, voorzien van geluiddemper en een 161-shots patroonmagazijn (trommelmagazijn); dit is een vuurwapen van de categorie II onder 2;
een aanvalsgeweer merk [merk 7] , kaliber 7,62x39, voorzien van een 30-shots patroonmagazijn; dit is een vuurwapen van de categorie II onder 2;
een knalpatroon merk [merk 8] , kaliber 9 mm, PA Blanc; dit is munitie van de categorie III;
een huls merk [merk 9] , kaliber 9x19 mm; dit is munitie van de categorie III.

De woning van [medeverdachte M.K.] in [plaats 26] wordt door de politie doorzocht op 27 februari 2020. Daar wordt in een slaapkamer in een doos met kleding een pistool [merk 15] , 9mm para met magazijn en munitie aangetroffen. Na onderzoek blijkt dit een vuurwapen van de categorie III te zijn.

Op het patroonmagazijn van het pistool [merk 15] is een DNA-mengprofiel aangetroffen, gelabeld [labelnummer 1] , van minimaal vier personen, waaronder [verdachte] , [medeverdachte M.K.] en minimaal twee onbekenden. De kans dat dit mengprofiel DNA bevat van [verdachte] en drie willekeurige onbekenden, is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker dan de kans dat dit mengprofiel DNA bevat van vier willekeurige onbekenden. De kans dat dit mengprofiel DNA bevat van [medeverdachte M.K.] en drie willekeurige onbekenden, is meer dan 280 duizend keer waarschijnlijker dan de kans dat dit mengprofiel DNA bevat van vier willekeurige onbekenden. Op ruwe delen van het pistool [merk 15] is een DNA-mengprofiel aangetroffen, gelabeld [labelnummer 2] , van minimaal drie personen, waaronder [medeverdachte H.H.] , [medeverdachte M.K.] en minimaal één onbekende. De kans dat dit mengprofiel DNA bevat van [medeverdachte H.H.] en twee willekeurige onbekenden, is meer dan 10 miljoen keer waarschijnlijker dan de kans dat dit mengprofiel DNA bevat van drie willekeurige onbekenden. De kans dat dit mengprofiel DNA bevat van [medeverdachte M.K.] en twee willekeurige onbekenden, is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker dan de kans dat dit mengprofiel DNA bevat van drie willekeurige onbekenden.

Op grond van het voorgaande oordeelt het hof dat met betrekking tot het onderdeel Pseudokoop 2 sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht het hof het tenlastegelegde medeplegen met betrekking tot dit onderdeel van feit 3 en van feit 5 wettig en overtuigend bewezen.

Onderdeel [automerk 1]

Op 28 februari 2020 (de dag na de pseudokoop 2) is door de politie voor de Kringloopwinkel van [medeverdachte H.H.] en [medeverdachte M.K.] in [plaats 3] een [automerk 1] ( [kenteken 9] ) in beslag genomen. In een zwarte sporttas in de laadruimte van de [automerk 1] zijn aangetroffen: 1) een pistool met magazijn (vuurwapen categorie III, 7,62 mm [merk 5] ). 2) een pistool met magazijn (vuurwapen categorie III, [merk 11] , .380 ACP). 3) een kogelgeweer met magazijn (vuurwapen categorie II, aanvalsgeweer, [merk 12] , 7,62 mm, 30 shots). 4) een kogelgeweer met magazijn met 4 patronen (vuurwapen categorie II, aanvalsgeweer, [merk 12] , 7,62 mm, met magazijn van categorie II, geschikt voor aanvalsgeweren van [merk 12] , en vier kogelpatronen van categorie III).

Op het onder 1 genoemde wapen (pistool [merk 5] ) is DNA aangetroffen van minimaal 2 personen, waaronder DNA van [verdachte] . Voor DNA-mengprofiel [labelnummer 3] (aangetroffen op de greep, trekker en ruwe delen van het wapen) geldt dat het meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker is dat het mengprofiel DNA bevat van [verdachte] en een willekeurige onbekende dan dat het mengprofiel bevat van twee willekeurige onbekenden.

De tekst gaat verder: De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken

Verbonden uitspraken