HR 27 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1693

OM-cassatie en cassatie verdachte. Vrijspraak wapenhandel in uitoefening van bedrijf, art. 9.1 WWM. Heeft verdachte (particulier) ‘in uitoefening van bedrijf’ gehandeld? Aan vrijspraak ligt als ’s hofs kennelijke oordeel ten grondslag dat handelen ‘in uitoefening van bedrijf’ in de zin van art. 9.1 WWM niet mede handelen door particulieren betreft. Dat oordeel getuigt van te beperkte en daarom onjuiste rechtsopvatting. Mede gelet op wapenrichtlijn omvat in art. 9.1 WWM bedoeld uitoefenen van bedrijf activiteiten die zowel door natuurlijke personen als rechtspersonen kunnen worden verricht. Uit totstandkomingsgeschiedenis van art. 9.1 WWM blijkt ook niet dat wetgever een meer beperkte betekenis aan begrip ‘in uitoefening van bedrijf’ heeft willen geven. Dat kan evenmin worden afgeleid uit door hof genoemde regeling van art. 10.1.a jo. art. 1.5WWM. Door verdachte vrij te spreken heeft hof hem dus vrijgesproken van iets anders dan was tenlastegelegd. Hof heeft daarmee grondslag van tll. verlaten. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen