Hof Arnhem-Leeuwarden 13 februari 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:1225
Betreft uitgaand verzoek tot wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak. Bezwaarschrift ex artikel 2:27, derde lid van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties. Veroordeelde is veroordeeld tot onder meer een maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: tbs-maatregel) voor onder andere twee ernstige steekincidenten. De strekking van de voorgenomen beslissing is dat de tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel wordt overgedragen aan de Bondsrepubliek Duitsland. Het verblijfsrecht van veroordeelde in Nederland is beëindigd en hij is ongewenst verklaard. Re-integratie in de Nederlandse maatschappij is daardoor niet mogelijk en dat klemt in het bijzonder bij een tbs-maatregel. Daartegenover staat een sterkere binding met de Bondsrepubliek Duitsland. De minister kon in redelijkheid tot de voorgenomen beslissing komen.
De uitspraak op rechtspraak.nl