Hof Arnhem-Leeuwarden 27 november 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:10020

Beschikking op grond van artikel 530 Sv. Het hof overweegt dat de rechtbank Midden-Nederland (bij uitsluiting) bevoegd is om kennis te nemen van een verzoekschrift tot vergoeding van de kosten van een raadsman die zijn gemaakt door appellante gedurende het feitenonderzoek dat op grond van artikel 511a van het Wetboek van Strafvordering tegen appellante is ingesteld en dat is gevolgd door de beslissing van de officier van justitie om niet tot vervolging over te gaan. Het hof doet de zaak uit oogpunt van doelmatigheid zelf af. Het hof oordeelt vervolgens dat met het instellen van een feitenonderzoek ex. artikel 511a van het Wetboek van Strafvordering geen sprake is van een strafrechtelijke vervolging en ook niet van een situatie die daarmee gelijk te stellen is. Het hof verklaart appellante niet-ontvankelijk in het verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken