Hof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1161
Niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 tenlastegelegde. Veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 tenlastegelegde, namelijk het medeplegen van voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten, tot een taakstraf van 100 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest.
De uitspraak op rechtspraak.nl