Hof Arnhem-Leeuwarden 2 juli 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5395

Opleggingsrechter heeft bepaald dat er sprake is van een misdrijf dat gericht was tegen en gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, zoals vermeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Zoals het EHRM heeft bepaald, komt dan aan de verlengingsrechter niet de bevoegdheid toe om zich (opnieuw) uit te laten over het al dan niet gemaximeerd zijn van de terbeschikkingstelling. Het hof verwijst in dit verband tevens naar zijn eerdere uitspraak d.d. 17 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4678.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken