Hof Arnhem-Leeuwarden 25 juni 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:4854

Betreft uitgaand verzoek tot wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging rechterlijke uitspraak. Bezwaarschrift ex artikel 2:27, derde lid van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties. Veroordeelt tot gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. Door de IND is zijn verblijfsrecht beëindigd en is hij ongewenst verklaard. Veroordeelde komt in bezwaar tegen het voorgenomen besluit van de Minister voor Rechtsbescherming tot overdracht van de straf. Toetsingskader van het gerechtshof. De Minister heeft bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot de voorgenomen beslissing kunnen komen. Het bezwaar wordt gegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen