Hof Arnhem-Leeuwarden 18 januari 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:429
Hoger beroep ingesteld door het openbaar ministerie tegen de integrale vrijspraak in eerste aanleg. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van moord. Hoewel verdachte niet betrokken is geweest bij de feitelijke uitvoering van het door haar en haar mededader voorgenomen plan om het slachtoffer van het leven te beroven is haar bijdrage (met name, maar niet uitsluitend, intellectueel van aard) wezenlijk te noemen. Het hof veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 13 jaar met aftrek van voorarrest.
De uitspraak op rechtspraak.nl