Hof Arnhem-Leeuwarden 23 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10797
Een overzichtsarrest waarin in een meeromvattende zin richting wordt gegeven aan de algemene vragen met betrekking tot de bevoegdheid van een ambtenaar die op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie heeft opgelegd. De vraag of sprake is van een ambtenaar belast met een algemene opsporingstaak kan worden vastgesteld met behulp van een akte van aanstelling. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar kan op basis van de voor de betreffende ambtenaar toepasselijke akte van beëdiging en het bijbehorende proces-verbaal van aflegging van de eed, verklaring of belofte worden vastgesteld. In het kader van de vraag naar de bevoegdheid van de ambtenaar die een administratieve sanctie heeft opgelegd is het bestaan van de bevoegdheid van de betreffende ambtenaar het uitgangspunt. De enkele betwisting van de bevoegdheid, dan wel het in meer algemene zin aan de orde stellen daarvan door het stellen van vragen of het doen van suggesties, doet geen gerede twijfel omtrent de bevoegdheid van de ambtenaar ontstaan. Datzelfde geldt indien slechts wordt gesteld dat bepaalde stukken die betrekking hebben op de bevoegdheid van de ambtenaar niet kunnen worden achterhaald. Het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat misbruik van de Wob is gemaakt, indien om informatie over een verkeersboete wordt verzocht en het doel van het verzoek redelijkerwijs slechts gelegen kan zijn in het aanvechten van de verkeersboete, staat er niet aan in de weg dat vanuit het aan de Wob ten grondslag liggende beginsel dat een ieder kennis kan nemen van overheidsinformatie, stukken kunnen worden opgevraagd die zien op de bevoegdheid van (opsporings)ambtenaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl