Hof Arnhem-Leeuwarden 11 september 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8097

Belanghebbende heeft 50% van de aandelen in BV A. De echtgenote van belanghebbende bezit de overige 50% van de aandelen in BV A. Aan belanghebbende en zijn echtgenote is een lening verstrekt van € 100.000 in het kader van de Wet werk en bijstand. In dit verband is de onderneming onderzocht en als levensvatbaar beoordeeld. Bij het verstrekken van de lening gold als voorwaarde dat het geleende bedrag wordt doorgeleend aan de BV. Na enkele jaren failleert de BV. Belanghebbende heeft in zijn aangifte een voorziening ten laste van zijn resultaat uit overige werkzaamheden gevormd ter grootte van de helft van de resterende lening. De Inspecteur heeft deze voorziening gecorrigeerd. Het Hof komt, gelet op de feitelijke omstandigheden, tot het oordeel dat geen sprake was van een onzakelijke lening en dat de voorziening ten onrechte is gecorrigeerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken