Hof Arnhem-Leeuwarden 8 november 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:8950

De verzekeraar betoogt dat door de verzekerde een onjuiste voorstelling van zaken is gegeven met betrekking tot een aanrijding (die volgens de verzekeraar niet heeft plaatsgevonden). De verzekeraar weigert uitkeringen, beëindigd alle verzekeringsovereenkomsten met de verzekerde, wil de onderzoekskosten op de verzekerde verhalen en registreert in een aantal registers de door haar gestelde verzekeringsfraude. De verzekeraar vordert vergoeding van de onderzoekskosten, in reconventie vordert de verzekerde vordert alsnog uitkering en rectificatie van de registers. Bij de rechtbank wordt de verzekeraar in het gelijk gesteld. Het hof oordeelt anders. De grondslagen die de verzekeraar aan haar vordering ten grondslag legt (algemene voorwaarden en onrechtmatige daad) zijn onvoldoende onderbouwd. De vorderingen van de verzekeraar worden afgewezen. Voor de vorderingen van de verzekerde wordt een comparitie gelast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken