Hof Arnhem-Leeuwarden 20 september 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:7563
Art. 7:348 lid 1 BW; Art. 6:248 lid 1 BW. Pachter is tekort geschoten door het melkquotum dat met het verpachte samenhing tussentijds in te brengen in een melkmaatschap waardoor hij niet meer, althans niet bij uitsluiting, over het melkquotum kon beschikken. Ook mocht pachter niet zonder toestemming van verpachter het gebruik van het gepachte als melkveebedrijf wijzigen door het gepachte te gebruiken voor de kweek van sedum. Deze tekortkomingen leveren grond op voor ontbinding van de (reguliere) pachtovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van het gepachte. Daarnaast kan verpachter wegens de vervreemding van het melkquotum aanspraak maken op schadevergoeding. Het is in een geval als het onderhavige met de aard van de schade in overeenstemming om de door verpachter geleden schade te begroten op 50% van de op het moment van de inbreng van het melkquotum in de maatschap geldende verkeerswaarde van het melkquotum dat met het verpachte samenhangt. Dat pachter voor de inbreng van het melkquotum geen (kenbare) financiële vergoeding heeft gekregen en het melkquotum thans geen waarde meer vertegenwoordigt, doet daaraan niet af.
De uitspraak op rechtspraak.nl