Hof Arnhem-Leeuwarden 21 juli 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6540

Bezwaarschrift ex artikel 2:27 WETS. Tussenbeslissing. Toepasbaarheid WOTS of WETS. Uitleg artikel 28 Kaderbesluit 2008/909/JBZ Het hof ziet zich geplaatst voor de vraag of de WETVVS dan wel de WOTS van toepassing is. Als artikel 28, tweede lid, Kaderbesluit 2008/909/JBZ zo moet worden uitgelegd dat het vonnis moet zijn gewezen vóór 5 december 2011, ongeacht wanneer het vonnis onherroepelijk is geworden, zou in onderhavige zaak een eventuele overname van het strafvonnis gebaseerd dient te worden op het Verdrag inzake overbrenging van gevonniste personen (VOGP) en op de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS). In dat geval is, ingevolge artikel 52, tweede lid, WOTS, het gerechtshof ‘s-Gravenhage de rechterlijke instantie die bevoegd is te oordelen over het door de veroordeelde ingediende bezwaarschrift. Als daarentegen artikel 28, tweede lid, Kaderbesluit 2008/909/JBZ zo moet worden uitgelegd dat het vonnis onherroepelijk moet zijn geworden vóór 5 december 2011, dan is artikel 5:2, derde lid WETVVS daarmee in overeenstemming. In dat geval is de bijzondere kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevoegd. De internationale rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam heeft bij tussenbeschikking van 30 oktober 2015 hieromtrent een prejudiciële vraag voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Gelet op het hiervoor beschreven stand van zaken acht het hof het noodzakelijk om de behandeling van de zaak aan te houden in afwachting van de uitspraak van het Hof van Justitie op de door de rechtbank Amsterdam gestelde prejudiciële vraag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken