Hof Arnhem-Leeuwarden 17 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3832
7:311 BW en 6:248 lid 1 BW Voergeldovereenkomst en slachtrechten/toeslagrechten. Rosékalvermester huurt schuren van rundveehouder. De kalveren komen op UBN rundveehouder. Tijdens de looptijd draagt de rundveehouder steeds de slachtpremies over. Na afloop van de overeenkomst vraagt rundveehouder toeslagrechten aan. Aan wie komen die toe? Hof merkt de voergeldovereenkomst aan als pachtovereenkomst. Uit hetgeen partijen hebben afgesproken over de slachtpremies en de grondslag en strekking van de toeslagrechten vloeit verder voort, dat de redelijkheid en billijkheid die de rechtsverhouding van partijen mede bepalen, vereisen dat de toeslagrechten toekomen aan de kalvermester (pachter). Het enkele feit dat de toeslagrechten pas ontstonden en konden worden aangevraagd na het einde van de rechtsverhouding, legt onvoldoende gewicht in de schaal om anders te oordelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl