Hof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2589

12 en 13 WAHV. 7:18 Awb. 3 WAHV en 2 BAHV. Uit e-mailcontact van de gemachtigde van de betrokkene met de griffier van de rechtbank blijkt dat er geen proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter is en wordt opgemaakt. Er is gehandeld in strijd met artikel 13, tweede en derde lid van de WAHV juncto artikel 12 van de WAHV. Dit leidt tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter. In het beroepschrift aan de officier van justitie is onder verwijzing naar artikel 7:18, vierde lid, van de AWB verzocht om toezending van alle op de zaak betrekking hebbende stukken. De officier van justitie heeft het verzoek ten onrechte behandeld als een Wob-verzoek. De officier van justitie had het zaakoverzicht en de foto’s van de gedraging moeten toezenden en de gemachtigde de gelegenheid moeten bieden de gronden van het beroep aan te vullen. Dit heeft de officier van justitie niet gedaan. De stukken zijn pas verstrekt nadat op het administratief beroep is beslist. De beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd. Het verweer dat de verbalisant niet bevoegd zou zijn tot het opleggen van de sanctie en dat de snelheid van een ander voertuig in een andere rijstrook is gemeten, treft geen doel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken