Hof Arnhem-Leeuwarden 27 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:8063
6:248, 7:311, 7:325 en 7:397 BW Vordering tot verklaring voor recht dat sprake is van een reguliere pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd en vastlegging van die overeenkomst, respectievelijk een verklaring voor recht dat geen sprake is van een pachtovereenkomst, subsidiair van een geliberaliseerde pachtovereenkomst, en meer subsidiair van een kortdurende pachtovereenkomst. Bewijslast van kortere duur ligt op verpachtster. Vastlegging van reguliere pachtovereenkomst niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het rechtsgevolg van die overeenkomst volgens welke de pachter aanspraak heeft op schadeloosstelling indien de percelen in de nabije toekomst een niet-agrarische bestemming krijgen, houdt het hof wel voor onaanvaardbaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl