Hof Arnhem-Leeuwarden 8 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6649
Bestuurder van limited naar het recht van het Verenigd Koninkrijk aangesproken uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Toepasselijkheid Nederlands recht aangenomen op grond van artikel 4 lid 1 van Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen ( Rome II ). De uitzonderingsbepaling van artikel 1 lid 2 sub d Rome II wordt niet van toepassing geacht. Aansprakelijkheid beoordeeld naar het stramien van Hoge Raad d.d. 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006: AZ0758, NJ 2006, 659, Ontvanger/Roelofsen. Het gaat om de in dat arrest onder (ii) bedoelde gevallen. Kort gezegd: frustratie van betaling en verhaal. Het relaas van de bestuurder over het reilen en zeilen van de vennootschap in de bewuste periode is diffuus. Bestuurder dient de door haar gestelde betalingsonmacht nader te onderbouwen aan de hand van de administratie van de vennootschap. Het hof verwerpt het verweer dat slechts het handelen relevant is na de datum waarop de vordering van de schuldeiser bij (onherroepelijk) vonnis werd vastgesteld, relevant is. Voldoende is dat de bestuurder ten tijde van het haar verweten handelen of nalaten ernstig rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat de schuldeiser een vordering op de vennootschap blijkt te hebben. Vergelijk HR 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:829, Air Holland.
De uitspraak op rechtspraak.nl