Hof Arnhem-Leeuwarden 23 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4552
Kernpunt van het geschil is de vraag of Emté aan haar in artikel 7:658 lid 1 BW bedoelde zorgplicht heeft voldaan en al die maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs nodig waren om te voorkomen dat appellante in de uitoefening van haar werkzaamheden als kassière schade leed. Dat appellante tijdens haar werkzaamheden op 31 juli 2011 als gevolg van de overval die toen plaatsvond (psychische) schade heeft geleden, is door Emté niet betwist. Dit betekent dat het aan Emté is om te stellen en bij betwisting te bewijzen dat zij al die maatregelen heeft genomen en al die aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig waren om de schade te voorkomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl