Hof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3364
Uit de stukken volgt dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde - die in Nederland de status van ongewenst vreemdeling heeft - niet zodanig is gevorderd, dat het in beginsel aangewezen en verantwoord zou zijn dat een begin wordt gemaakt met een geleidelijke resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in de maatschappij door middel van het onder toezicht en begeleiding van de kliniek stapsgewijs uitbreiden van zijn vrijheden. Gelet op deze omstandigheden kan op dit moment (nog) niet worden gezegd dat de situatie voor de terbeschikkinggestelde uitzichtloos is omdat er geen behandelperspectief is of doordat hij in Nederland geen resocialisatiemogelijkheden heeft. Anders dan de raadsman heeft gesteld, levert een verlenging van de terbeschikkingstelling op dit moment dan ook geen schending op van artikel 3 of 5 EVRM
De uitspraak op rechtspraak.nl