Hof Arnhem-Leeuwarden 10 april 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2760

Het hof is van oordeel dat de bevoegdheid van artikel 36 Sv (om een verklaring dat de zaak is geëindigd uit te lokken) niet is bedoeld voor de onderhavige situatie. Het hof neemt daarbij in aanmerking hetgeen de wetgever voor ogen heeft gehad (zie Kamerstukken II, 1919-1920, 18.1 p.1) en voorts dat er in dit geval sprake is van een veroordelend vonnis van de politierechter, welk vonnis door een verklaring dat de zaak is beëindigd niet komt te vervallen. Het hof verklaart verzoeker daarom niet-ontvankelijk in het verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen