Hof Arnhem-Leeuwarden 27 mei 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:4206

Het hof verklaart bewezen dat verdachte, een belastingadviseur, een overeenkomst valselijk heeft opgemaakt en opzettelijk onjuiste aangiften voor de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting heeft gedaan. Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheid dat verdachte reeds eerder ter zake van een soortgelijk feit is veroordeeld, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel gerechtvaardigd. Door de overschrijding van de redelijke termijn, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, volstaat het hof met de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. Op grond van verdachtes eerdere veroordeling, verdachtes opstelling op de zitting in hoger beroep en het feit dat verdachte nog steeds werkzaam is als belastingadviseur, acht het hof de kans dat verdachte wederom een strafbaar feit (als genoemd in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht) als belastingadviseur zal plegen, aanzienlijk. Gelet op deze recidivekans en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, ontzet het hof de verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van belastingadviseur voor de duur van vijf jaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen